Inhoudsopgave

Het placebo-effect: wat je gelooft kleurt wat je ervaart

Een van de meest fascinerende voorbeelden van hoe ons bewustzijn de realiteit zoals we die ervaren kan beïnvloeden, is het placebo-effect. Iemand verwacht baat te hebben bij een behandeling en die verwachting kan daadwerkelijk meewegen in wat die persoon vervolgens ervaart. Niet omdat gedachten naar believen de werkelijkheid kunnen veranderen, maar omdat verwachting, eerdere ervaringen en de betekenis die we aan iets geven onderdeel kunnen worden van onze ervaring.

Dat maakt het placebo-effect ook buiten de behandelkamer interessant. Want wat gebeurt er wanneer je al verwacht dat een gesprek moeilijk wordt, dat iemand je niet serieus neemt of dat iets je waarschijnlijk niet zal lukken? Je overtuiging hoeft niet waar te zijn om invloed te krijgen op waar je aandacht naartoe gaat, wat je opmerkt en hoe je vervolgens reageert.

Juist daar wordt bewustzijn belangrijk. Niet als een bijzondere kracht waarmee je de buitenwereld naar je hand zet, maar als het vermogen om te onderscheiden wat er werkelijk gebeurt, wat jij verwacht en welke betekenis je daar vervolgens aan geeft. Zodra een overtuiging weer zichtbaar wordt als overtuiging in plaats van als vanzelfsprekend feit, ontstaat er ruimte om opnieuw te kijken.

Wat je gelooft hoeft niet waar te zijn om invloed te hebben op wat je ervaart.


Drie vragen om even bij stil te staan

  • Welke overtuiging voelt voor jou zo vanzelfsprekend dat je haar nauwelijks nog als overtuiging herkent? → Juist wat als feit is gaan voelen, onderzoek je meestal niet meer.
  • Waar merk je dat je verwachting al meespeelt voordat je weet wat er werkelijk gaat gebeuren? → Misschien stap je een gesprek, afspraak of keuze binnen met een verhaal over de uitkomst.
  • Welke overtuiging zou iets losser mogen worden wanneer je niet meteen hoeft te beslissen dat ze waar of onwaar is? → Soms begint loslaten niet met een nieuwe gedachte, maar met ruimte laten voor wat je nog niet weet.

Wat het placebo-effect werkelijk zo fascinerend maakt

Bij een placebo krijgt iemand bijvoorbeeld een behandeling zonder het specifieke actieve bestanddeel waarvan diegene denkt dat het verantwoordelijk is voor het effect. Toch kunnen er veranderingen optreden in wat iemand ervaart. Verwachting kan daarbij een rol spelen, maar ook eerdere leerervaringen, conditionering en de context waarin een behandeling plaatsvindt.

Dat is belangrijk, omdat het placebo-effect vaak te eenvoudig wordt uitgelegd als: je gelooft dat het werkt en daarom werkt het. Zo simpel is het niet, want niet iedere verbetering na een placebo wordt door verwachting veroorzaakt en placebo-effecten zijn ook niet voor iedere klacht of lichamelijke uitkomst even sterk.

Juist waar zulke effecten zorgvuldig zijn onderzocht, wordt iets belangrijks zichtbaar: onze ervaring is niet altijd een neutrale registratie van wat er buiten ons gebeurt. De betekenis die een situatie voor ons heeft, kan onderdeel worden van de ervaring ervan.

Dat betekent nadrukkelijk niet dat ziekte, pijn of lichamelijke klachten alleen maar “tussen de oren” zitten. Het betekent ook niet dat je met de juiste gedachte iedere lichamelijke werkelijkheid kunt veranderen. Wat het laat zien, is subtieler: wat je verwacht, hebt geleerd en gelooft kan onder bepaalde omstandigheden meespelen in wat je vervolgens ervaart.

En precies dát maakt het placebo-effect zo interessant voor de manier waarop we naar aannames en overtuigingen kijken.


Een verwachting gaat met je mee het moment in

Stel dat je onderweg bent naar een overleg en al denkt: dit wordt weer gedoe.

Misschien heb je daar redenen voor. Vorige gesprekken liepen stroef of er speelt werkelijk een lastig onderwerp. Toch kom je, zodra die verwachting er al is, niet meer helemaal blanco binnen.

Een korte reactie kan sneller opvallen, een stilte kan meer gewicht krijgen en een kritische vraag kan onmiddellijk passen in het verhaal dat je onderweg al had opgebouwd. Misschien reageer je zelf daardoor iets voorzichtiger of juist scherper dan je anders zou hebben gedaan.

Dat betekent niet dat jij verzint wat de ander doet. Het betekent dat wat er gebeurt en wat jij al verwachtte zich in jouw ervaring met elkaar kunnen vermengen.

Buiten de medische context is dat uiteraard niet letterlijk hetzelfde als een placebo-effect. Het placebo-effect laat ons wel iets fundamenteels zien: verwachtingen staan niet noodzakelijk los van de ervaring die daarna ontstaat.

In Je ziet niet wat er is, je denkt wat je ziet gaat het precies over die dagelijkse beweging: er gebeurt iets, maar voordat je goed hebt onderzocht wat het betekent, kan je hoofd al een conclusie hebben getrokken.

Daarom is deze vraag zo belangrijk:

Wat gebeurt er werkelijk — en wat neem ik zelf al mee in het moment?


Het nocebo-effect laat zien dat negatieve verwachtingen óók kunnen meespelen

Het placebo-effect wordt meestal verbonden met gunstige verwachtingen. Er bestaat echter ook een andere kant: het nocebo-effect.

Daarbij kunnen negatieve verwachtingen onder bepaalde omstandigheden bijdragen aan het ontstaan of versterken van onaangename ervaringen of symptomen. Ook hier spelen verschillende factoren mee, zoals informatie, eerdere ervaringen, leren en de context waarin iets gebeurt.

Dat vraagt om zorgvuldigheid, want wanneer iemand bijvoorbeeld een bijwerking van een medicijn ervaart, kun je nooit zomaar zeggen dat die klacht door verwachting komt. Medicijnen kunnen echte bijwerkingen veroorzaken. Tegelijkertijd laat nocebo-onderzoek zien dat negatieve verwachtingen soms wél kunnen meespelen in de manier waarop symptomen worden ervaren.

Datzelfde onderscheid is in het dagelijks leven belangrijk. Wanneer je verwacht dat iemand je zal afwijzen, betekent dat niet dat afwijzing niet werkelijk kan gebeuren. Wanneer je denkt dat iemand je niet serieus neemt, kan dat gewoon blijken te kloppen.

De vraag is dus niet of alles “tussen je oren” zit, maar wat er met jouw ervaring gebeurt wanneer een verwachting al actief is voordat je voldoende weet.

Misschien krijgt een neutrale reactie daardoor sneller een negatieve betekenis, ben je alerter op signalen die bij jouw verwachting passen of ga je zelf net anders reageren. Een verwachting hoeft de werkelijkheid dus niet te creëren om er wel invloed op te krijgen.


Wat je ervaart is echt — maar je verklaring hoeft niet te kloppen

Hier ligt een onderscheid dat voor deze hele blog belangrijk is.

Stel dat iemand tijdens een gesprek kort reageert en je voelt onmiddellijk spanning. Die spanning is echt; je hoeft jezelf niet wijs te maken dat je niets voelt. Maar vervolgens kan je hoofd razendsnel uitleg geven aan wat je ervaart:

Hij vindt mijn verhaal onzin.

Ik heb iets verkeerd gedaan.

Ze nemen me hier niet serieus.

Dat zijn geen gevoelens, maar interpretaties.

Wat je ervaart is werkelijk als ervaring. Wat je denkt dat die ervaring betekent, hoeft daarmee nog niet waar te zijn.

Dat verschil lijkt misschien subtiel, maar het verandert veel. Zodra je interpretatie en ervaring niet meer automatisch als hetzelfde behandelt, ontstaat er ruimte.

Je kunt spanning voelen en tegelijkertijd nog niet weten wat die spanning precies betekent. Je kunt teleurgesteld zijn zonder meteen te concluderen dat iets mislukt is, en je kunt onzeker worden zonder daaruit af te leiden dat je iets niet kunt.

Juist dat onderscheid voorkomt dat een eerste ervaring onmiddellijk verandert in een vaststaand verhaal over jezelf, de ander of wat er gaat gebeuren.


Een overtuiging bepaalt mede welke informatie gewicht krijgt

Overtuigingen functioneren vaak als een filter. Stel dat je bent gaan geloven: ik word niet serieus genomen.

Je zit vervolgens in een gesprek waarin meerdere dingen gebeuren. Iemand luistert aandachtig, stelt een vraag, kijkt een keer op zijn telefoon, reageert kort op één voorstel en neemt later een ander idee van je over.

Wanneer je overtuiging al actief is, kan juist die korte reactie het sterkst blijven hangen. Niet omdat je bewust besluit de rest te negeren, maar omdat dit moment onmiddellijk past in wat je al verwachtte. Daarna ligt de gedachte zie je wel voor de hand en lijkt je overtuiging opnieuw bevestigd.

Een volgende keer stap je met nog iets meer verwachting een vergelijkbare situatie in, waardoor signalen die erbij passen opnieuw gemakkelijk opvallen.

Hoe langer je een overtuiging als waarheid vasthoudt, hoe gemakkelijker nieuwe ervaringen in datzelfde verhaal kunnen gaan passen.

In Selectief horen: wanneer je aanname eerder spreekt dan de ander zie je hoe zo’n innerlijk filter zelfs invloed kan krijgen op wat je uit de woorden van een ander oppikt. Wat iemand werkelijk zegt en wat bij jouw bestaande verhaal aansluit, hoeven niet precies hetzelfde te zijn.

Een overtuiging hoeft dus niet te bepalen wat er gebeurt om wel invloed te krijgen op welke informatie voor jou het zwaarst gaat wegen.


Soms houden we een overtuiging vast omdat ze zekerheid geeft

Waarom laten we een overtuiging eigenlijk niet gewoon los zodra ze ons beperkt? Omdat ze vaak méér doet dan alleen een mening geven. Ze geeft betekenis en betekenis kan houvast geven.

Een overtuiging als ik ben hier niet goed in kan pijnlijk zijn, maar ze maakt de wereld ook overzichtelijk. Je hoeft minder te onderzoeken, minder te twijfelen en minder risico te nemen.

Zo ben ik nu eenmaal.

Hij reageert altijd zo.

Dit loopt toch fout.

Dit soort dingen lukt mij niet.

Het zijn beperkende conclusies, maar ze geven ook een antwoord. En een antwoord kan soms veiliger voelen dan moeten erkennen: ik weet het eigenlijk niet.

Daarom houden we niet alleen prettige overtuigingen vast. Ook een negatieve overtuiging kan vertrouwd worden, juist omdat ze voorkomt dat je opnieuw het onbekende in hoeft.

Dat maakt loslaten lastiger dan simpelweg anders leren denken. Soms vraagt loslaten dat je iets kunt verdragen wat veel minder stevig voelt: nog niet weten.

Misschien neemt iemand je inderdaad niet serieus, maar misschien ook niet. Misschien lukt iets niet, maar misschien heb je het nog nooit werkelijk onderzocht.

Zolang je overtuiging het antwoord al geeft, hoeft die openheid niet te bestaan.


Een overtuiging kan zichzelf geloofwaardiger maken

Een overtuiging beïnvloedt niet alleen hoe je een situatie interpreteert, maar kan ook meespelen in wat jij vervolgens doet.

Wanneer je verwacht dat mensen waarschijnlijk niet op je zitten te wachten, stel je misschien minder snel een vraag of trek je je eerder terug. Daardoor ontstaat er ook minder contact en kun je vervolgens denken: zie je wel, ze hebben blijkbaar weinig belangstelling.

Maar inmiddels heeft jouw verwachting meegespeeld in wat er gebeurde.

Hetzelfde kan gelden voor de overtuiging ik kan dit niet. Wanneer je dat al zeker denkt te weten, oefen je misschien minder, probeer je het niet of stop je sneller. Daardoor mis je ook de ervaring die je oude overtuiging had kunnen uitdagen.

Zo kan een kring ontstaan: je gelooft iets, handelt vanuit die overtuiging en gebruikt wat daarna gebeurt opnieuw als bevestiging.

Een overtuiging kan daardoor steeds meer als waarheid gaan voelen, terwijl je allang niet meer ziet waar ze ooit is begonnen. Dat is een van de redenen waarom overtuigingen zo hardnekkig kunnen zijn: ze hoeven niet voortdurend bewust gedacht te worden om ongemerkt mee te gaan sturen.


Bewustzijn maakt het verschil tussen gebeurtenis en betekenis weer zichtbaar

Daar krijgt bewustzijn zijn echte betekenis. Niet als een manier om jezelf te leren dat alles anders is dan je denkt en ook niet als techniek om iedere negatieve gedachte te corrigeren.

Bewustzijn betekent hier dat je weer onderscheid kunt maken tussen de gebeurtenis en de betekenis die je eraan geeft.

Iemand valt tijdens een gesprek stil. Dat is wat er gebeurt.

Je merkt spanning. Dat is wat je ervaart.

Vervolgens denk je misschien: hij vindt het niet interessant. Dat is de interpretatie.

Wanneer die drie onmiddellijk samenvallen, lijkt er nauwelijks keuze te zijn, omdat de interpretatie dan net zo werkelijk voelt als de stilte zelf.

Bewustzijn verandert niet automatisch wat er gebeurt, maar wel de kans dat je jouw eerste interpretatie onmiddellijk voor de werkelijkheid aanziet.

Daar ontstaat de ruimte tussen prikkel en reactie. Je hoeft je gedachte niet weg te drukken en je hoeft evenmin het tegenovergestelde te geloven. Je kunt eenvoudig herkennen dat er een verschil bestaat tussen wat je waarneemt en wat je daar inmiddels over denkt.

Misschien klopt je interpretatie en misschien niet. Het belangrijkste is dat je haar opnieuw zichtbaar hebt gemaakt, want wat zichtbaar wordt als overtuiging hoeft niet meer automatisch het hele moment te bepalen.


Loslaten is iets anders dan positief leren denken

Wanneer je ontdekt hoeveel invloed een overtuiging kan hebben, ligt een nieuwe valkuil dichtbij: dan moet je voortaan “positief denken”.

Ik kan alles.

Ze vinden mij goed genoeg.

Het komt zeker goed.

Maar daarmee probeer je opnieuw via een gedachte te bepalen welke werkelijkheid waar moet zijn.

Loslaten vraagt iets anders. Niet ik kan het niet vervangen door ik kan het zeker, maar misschien: ik vind dit moeilijk en weet nog niet precies wat mogelijk is.

Niet hij neemt me niet serieus vervangen door hij vindt mij geweldig, maar: ik merk dat ik denk dat hij me niet serieus neemt. Ik wil eerst kijken wat er werkelijk gebeurt.

En niet dit gaat fout vervangen door dit gaat helemaal goed, maar: ik verwacht dat het misgaat, terwijl de uitkomst nog niet vaststaat.

Dat klinkt misschien minder krachtig dan een positieve affirmatie, maar er zit juist veel vrijheid in.

Loslaten betekent niet dat je een negatieve overtuiging vervangt door een positieve. Het betekent dat je stopt met als feit behandelen wat ooit als verwachting, aanname of conclusie is begonnen.

Dan hoef je jezelf nergens van te overtuigen en ontstaat er weer ruimte om ervaring toe te laten.


Dat overtuigingen invloed hebben betekent niet dat jij alles veroorzaakt

Hier moeten we een duidelijke grens trekken, want het placebo-effect is geen bewijs dat je ziekte, pijn, verlies, afwijzing of tegenslag veroorzaakt door verkeerd te denken.

De werkelijkheid bestaat ook buiten jouw interpretatie. Andere mensen maken echte keuzes, een lichamelijke aandoening heeft echte processen, een behandeling kan daadwerkelijk effect hebben of bijwerkingen veroorzaken, een werkgever kan werkelijk besluiten je contract niet te verlengen en iemand kan je werkelijk kwetsen.

Dat alles verdwijnt niet doordat je anders gaat denken.

De kracht van bewustzijn zit daarom niet in de mogelijkheid om iedere werkelijkheid te creëren, maar in iets anders: je kunt beter gaan zien welk deel van jouw ervaring voortkomt uit wat er gebeurt en welk deel uit wat jij daar al over gelooft.

Dat onderscheid voorkomt twee uitersten. Je hoeft jezelf niet machteloos te zien tegenover iedere gedachte, maar je hoeft jezelf evenmin verantwoordelijk te maken voor alles wat je overkomt.

De werkelijkheid doet ertoe én jouw overtuigingen doen er ook toe. Juist die twee tegelijk kunnen zien maakt dit onderscheid zo belangrijk.


Wanneer een overtuiging weer een mogelijkheid wordt, ontstaat keuze

Een overtuiging die als feit voelt, laat weinig ruimte over. Wanneer je zeker weet dat iemand je zal afwijzen, voelt afstand houden logisch. Wanneer je denkt te weten dat je iets niet kunt, kan het verstandig lijken om het niet eens te proberen. En wanneer je ervan overtuigd bent dat een gesprek verkeerd zal lopen, kan het bijna noodzakelijk lijken om jezelf vooraf te verdedigen.

Zodra zo’n overtuiging iets minder vaststaat, verandert er iets. Je kunt nog steeds onzeker of gespannen zijn, maar er komt ruimte tussen wat je ervaart en wat je vervolgens doet.

Misschien stel je toch één vraag, wacht je langer voordat je reageert of probeer je iets wat je eerder al had afgeschreven. Daarmee ontstaat nieuwe informatie, en dat is belangrijk omdat overtuigingen uiteindelijk niet alleen door denken onderzocht kunnen worden.

Ervaring kan iets laten zien wat geen enkele nieuwe gedachte vooraf kan bewijzen. Misschien blijkt de overtuiging gedeeltelijk te kloppen, misschien helemaal niet, of misschien ontdek je dat de werkelijkheid veel genuanceerder is dan het verhaal dat je jarenlang hebt vastgehouden.

Daar wordt loslaten praktisch. Je hoeft je overtuiging niet weg te krijgen; je hoeft haar alleen niet zo stevig vast te houden dat niets nieuws haar meer kan bereiken.


De kracht van overtuigingen zit ook in het moment waarop je ze herkent

Misschien is dat uiteindelijk waarom het placebo-effect zo’n fascinerend uitgangspunt is. Het laat zien dat verwachting, betekenis, leren en context onder bepaalde omstandigheden kunnen meespelen in onze ervaring, zonder dat daaruit volgt dat alles wat we ervaren een product van onze gedachten is.

Het kan daarom de moeite waard zijn om jezelf af en toe één eenvoudige vraag te stellen:

Welke overtuiging neem ik mee in wat ik nu ervaar?

Niet om ieder gevoel te ontkennen of jezelf verantwoordelijk te maken voor iets wat je niet veroorzaakt, maar om te voorkomen dat een oud verhaal ongemerkt dezelfde status krijgt als een feit.

Misschien blijkt je overtuiging goed aan te sluiten op wat er werkelijk gebeurt. Dan heb je gekeken. Maar misschien ontdek je dat je vooral reageerde op wat je al verwachtte, veel bewijs zag voor wat je al dacht of dat een conclusie die jarenlang vanzelfsprekend voelde nooit opnieuw is onderzocht.

Daar begint bewustzijn: niet bij zeker weten dat je oude overtuiging verkeerd is, maar bij de bereidheid om haar niet langer automatisch gelijk te geven.


Misschien raakt dit precies aan wat jij al langer meedraagt.

Niet omdat je het niet begrijpt.
Maar omdat het nog iets met je doet.

Wat je vasthoudt, werkt vaak langer door dan je denkt.

Loslaten begint met stilstaan bij wat er vanbinnen om aandacht vraagt.

Samen kijken wat jou vasthoudt →

Eerst rustig verder lezen? Lees wat loslaten echt betekent .


Conclusie: wat je gelooft is niet automatisch waar — maar het doet er wel toe

Een van de meest fascinerende voorbeelden van hoe ons bewustzijn de realiteit zoals we die ervaren kan beïnvloeden, is het placebo-effect. Juist daarom verdient het meer nuance dan de eenvoudige gedachte dat positief denken de werkelijkheid verandert.

Wat je verwacht, hebt geleerd en gelooft kan onder bepaalde omstandigheden invloed hebben op wat je ervaart. In het dagelijks leven kunnen overtuigingen daarnaast meespelen in wat je opmerkt, welke betekenis je aan gebeurtenissen geeft en hoe je vervolgens handelt.

Daardoor kan een overtuiging die ooit als aanname begon steeds geloofwaardiger gaan voelen. Je ziet wat erbij past, reageert vanuit dat verhaal en kunt wat daarna gebeurt opnieuw als bevestiging gebruiken.

Bewustzijn maakt iets anders mogelijk. Je kunt ervaren wat je ervaart en tegelijkertijd onderzoeken of de verklaring die onmiddellijk in je opkomt werkelijk de enige mogelijke verklaring is.

Je hoeft daarvoor niet te besluiten dat je overtuiging verkeerd is; je hoeft haar alleen weer als overtuiging te kunnen zien.

Misschien ligt daar precies de ruimte waarin loslaten begint: niet door jezelf iets anders te laten geloven, maar door niet langer automatisch vast te houden aan wat ooit als overtuiging is begonnen.

Wat jij vasthoudt, houdt jou ook vast.


Als je verder wilt onderzoeken wat jouw overtuigingen beïnvloeden

Een overtuiging kan je ervaring kleuren, maar daar houdt haar invloed niet op. Ze kan ook bepalen hoe je naar jezelf kijkt, welke mogelijkheden je nog onderzoekt en wat je bij voorbaat al uitsluit. Deze drie blogs verdiepen ieder een andere kant daarvan.


Veelgestelde vragen over het placebo-effect, overtuigingen en bewustzijn

Wat laat het placebo-effect werkelijk zien over overtuigingen? Het placebo-effect laat zien dat verwachtingen, eerdere leerervaringen en de context van een behandeling onder bepaalde omstandigheden invloed kunnen hebben op wat iemand ervaart. Dat betekent niet dat gedachten iedere lichamelijke werkelijkheid kunnen veranderen. Het laat vooral zien dat ervaring niet volledig losstaat van wat we verwachten en hebben geleerd.

Wat is het verschil tussen placebo en nocebo? Bij placebo-effecten kunnen onder andere positieve verwachtingen en eerdere leerervaringen bijdragen aan gunstiger ervaren uitkomsten. Bij nocebo kunnen negatieve verwachtingen en leerervaringen juist bijdragen aan onaangename ervaringen of sterkere symptomen. In beide gevallen verschillen het mechanisme en de grootte van het effect per situatie en klacht.

Betekent dit dat ik mijn eigen werkelijkheid creëer? Nee. Werkelijke gebeurtenissen, ziekte, gedrag van anderen en omstandigheden bestaan onafhankelijk van jouw overtuigingen. Wat je gelooft kan wel invloed hebben op wat je opmerkt, hoe je iets interpreteert en hoe je erop reageert, waardoor jouw ervaren werkelijkheid mede gekleurd kan worden.

Waarom blijft een overtuiging zo geloofwaardig voelen? Omdat een overtuiging richting kan geven aan wat je opmerkt en hoe je handelt. Informatie die erbij past kan daardoor meer gewicht krijgen, terwijl je gedrag soms eveneens vanuit dezelfde verwachting ontstaat. Bovendien kan zelfs een pijnlijke overtuiging houvast geven, omdat een bekend antwoord soms veiliger voelt dan onzekerheid.

Hoe laat ik een overtuiging los zonder mezelf iets positiefs aan te praten? Begin met de overtuiging niet langer automatisch als feit te behandelen. Onderzoek wat je werkelijk weet, wat je verwacht en welke betekenis je eraan geeft, en laat waar mogelijk ruimte voor nieuwe ervaring. Loslaten betekent hier niet dat je iets anders móét geloven, maar dat je weer kunt kijken voordat je besluit wat waar is.

✉️ Ontvang regelmatig een blog dat zichtbaar maakt wat je vasthoudt. Afmelden kan altijd