Inhoudsopgave

Emotionele intelligentie begint vóór je reageert

Emotionele intelligentie is het vermogen om te herkennen wat er in je gebeurt voordat je automatisch reageert. Je lichaam reageert vaak als eerste, waarna je hoofd betekenis geeft aan wat je voelt. Juist het onderscheid tussen gevoel, interpretatie en reactie bepaalt hoeveel ruimte je houdt om bewust te kiezen.

Je hoeft emoties daarbij niet te beheersen of weg te drukken. Je leert ze toe te laten, te herkennen wat je raakt en te zien wat je vervolgens vasthoudt: bijvoorbeeld een oordeel, verwachting, behoefte aan controle of goedkeuring, of een oud verhaal over jezelf.

Loslaten betekent daarbij niet dat alles weg moet. Soms laat je juist een oordeel of de behoefte aan gelijk los, terwijl je trouw blijft aan een grens, verantwoordelijkheid of waarde. Zo helpt emotionele intelligentie je om te voelen zonder jezelf te verliezen en verbonden te blijven zonder jezelf achter te laten.


Drie vragen om even bij stil te staan

  • Wat gebeurt er in jou vlak voordat je automatisch reageert? → Vaak reageert je lichaam al voordat je hoofd heeft bepaald wat iets betekent.
  • Wat houd jij vast wanneer iets je raakt? → Misschien een oordeel, verwachting, behoefte aan goedkeuring of een oud verhaal dat onmiddellijk meegaat doen.
  • Wat wil je juist níét loslaten? → Een grens, verantwoordelijkheid, je eigen ervaring of iets wat werkelijk belangrijk voor je is, kan juist iets zijn waaraan je trouw wilt blijven.

Emotionele intelligentie wordt zichtbaar wanneer iets je raakt

Iemand zegt iets. Je ziet een blik, hoort een bepaalde toon of merkt dat iemand ineens stil wordt.

Nog voordat je precies weet wat er aan de hand is, gebeurt er al iets in jou. Je buik trekt samen, je ademhaling verandert of je merkt spanning in je borst. Vrijwel meteen begint je hoofd daar betekenis aan te geven.

Hij is geïrriteerd.

Ze neemt me niet serieus.

Ik heb iets verkeerd gedaan.

En voor je het weet, reageer je niet alleen op wat er werkelijk gebeurt, maar ook op wat jij er inmiddels van hebt gemaakt.

Precies daar begint emotionele intelligentie.

Niet bij het beheersen van je emoties en ook niet bij jezelf dwingen rustig te blijven, maar bij het steeds eerder herkennen van wat er in jou gebeurt. Wat voel je werkelijk? Welke betekenis geef je eraan? Wat probeer je vervolgens vast te houden? En wat wil je ermee doen?

Soms mag je iets loslaten: een oordeel, een verwachting, de behoefte aan gelijk of een oud verhaal over jezelf. Maar niet alles hoeft weg. Een grens, verantwoordelijkheid, je eigen ervaring of iets wat werkelijk belangrijk voor je is, kan juist verdienen dat je eraan trouw blijft.

Emotionele intelligentie betekent daarom niet dat je minder gaat voelen.

Het betekent dat je vrijer wordt in wat je met dat gevoel doet.


Een zucht kan al genoeg zijn

Je zit op je werk en een collega loopt zuchtend langs je bureau.

Op zichzelf gebeurt er weinig. Iemand loopt voorbij en zucht. Toch merk je vrijwel onmiddellijk iets in je buik of borst. Je aandacht verschuift en nog voordat je werkelijk weet wat er aan de hand is, verschijnt een gedachte:

Heb ik iets verkeerd gedaan? Is hij geïrriteerd? Gaat dit over mij?

Misschien vraag je meteen wat er is. Misschien trek je je terug of reageer je zelf wat korter, omdat je inmiddels al handelt vanuit een betekenis die nog helemaal niet is uitgesproken.

In zo’n klein moment gebeurt veel.

Er is eerst een prikkel: je collega zucht. Je lichaam reageert daarop met spanning, alertheid of een verandering in je ademhaling. Vervolgens probeert je hoofd te begrijpen wat er gebeurt en verschijnt er een betekenis: dit heeft waarschijnlijk met mij te maken.

Uit die betekenis ontstaat een impuls. Misschien wil je vragen wat er aan de hand is, jezelf verdedigen, afstand nemen of alvast rekening houden met iets wat nog helemaal niet zeker is.

Dat proces kan razendsnel verlopen.

En toch zit ergens daarin een moment waarop iets anders mogelijk wordt.

Niet omdat je kunt voorkomen dat je lichaam reageert of dat je hoofd een eerste verklaring maakt. Dat gebeurt vaak voordat je er bewust bij bent. Maar wanneer je eerder gaat herkennen wat er in jou gebeurt, hoeft je eerste impuls niet automatisch te bepalen wat je vervolgens doet.

“Emotionele intelligentie begint waar je kunt voelen wat er gebeurt, zonder dat alles wat daarna in je opkomt onmiddellijk de leiding hoeft te krijgen.”

Misschien blijkt later dat je collega inderdaad geïrriteerd was. Misschien ging zijn zucht over een telefoongesprek, een deadline of iets thuis.

De emotionele intelligentie zat niet in het juist raden van zijn stemming.

Ze zat in het feit dat je jouw eigen reactie kon waarnemen voordat je vanuit die reactie de situatie verder invulde.


Eerst voelen voordat je besluit wat het betekent

We zeggen gemakkelijk dat we boos, bang, gespannen of verdrietig zijn. Die woorden kunnen helpen om te begrijpen wat er in ons gebeurt, maar vaak is er vóór dat woord al iets anders.

Je adem wordt hoger, je buik trekt samen, er komt druk op je borst of je kaken spannen zich aan.

Dat lichamelijke signaal vertelt nog niet precies wat er aan de hand is. Het laat vooral merken dat er iets in jou gebeurt.

Daarna begint je hoofd te ordenen.

Hij neemt me niet serieus.

Ze vindt me blijkbaar niet belangrijk.

Ik ga dit verpesten.

Ik moet hier iets aan doen.

Wanneer gevoel en verklaring onmiddellijk samenvallen, kan jouw interpretatie net zo werkelijk gaan voelen als de lichamelijke ervaring zelf. Ik voel spanning wordt dan ongemerkt: er is dus iets mis.

Daarom is het verschil tussen voelen en verklaren zo belangrijk. In Emoties of gevoelens: waarom jij het verschil vaak mist en wat dat je kost lees je meer over hoe je lichaam vaak eerder reageert dan je hoofd en wat er kan veranderen wanneer je eerst bij die directe ervaring blijft.

Dat betekent niet dat je jouw gevoel moet wantrouwen.

Angst kan je waarschuwen voor werkelijk gevaar. Boosheid kan laten zien dat een grens is overschreden. Schuldgevoel kan je uitnodigen om iets te herstellen.

Maar dezelfde gevoelens kunnen ook ontstaan omdat een situatie iets ouds raakt.

Je kunt schuldgevoel ervaren omdat je voor het eerst nee zegt terwijl je gewend bent altijd rekening te houden met anderen. Je kunt angst voelen omdat je iets nieuws doet dat je belangrijk vindt. En je kunt boos worden terwijl onder die boosheid vooral teleurstelling of de behoefte om gehoord te worden zit.

Je gevoel verdient dus aandacht, maar aandacht is iets anders dan gehoorzaamheid.

“Je gevoel is informatie, maar niet automatisch een routebeschrijving.”

Je hoeft niet onmiddellijk te doen wat een emotie lijkt te vragen. Je kunt eerst onderzoeken wat er in jou wordt geraakt en daarna kiezen welke reactie werkelijk bij deze situatie past.

Dat is niet minder voelen.

Dat is nauwkeuriger voelen.


Wat houd je vast wanneer iets je raakt?

Een emotie zelf is lang niet altijd wat je het langst bezighoudt.

Vaak is het wat je er daarna aan vastknoopt.

Iemand maakt een opmerking die enkele seconden duurt, maar uren later ben je er nog mee bezig omdat je blijft denken dat die ander jou niet respecteert. Je partner reageert anders dan je had gehoopt en naast de teleurstelling blijft ook een verwachting meedoen:

Als ik werkelijk belangrijk voor je ben, zou je dit toch moeten begrijpen?

Of je krijgt kritiek op je werk en merkt dat het veel verder raakt dan deze ene situatie. Er verschijnt een oude gedachte die je misschien goed kent:

Zie je wel, ik ben niet goed genoeg.

Dan draag je niet alleen het gevoel mee, maar ook de betekenis die je eraan hebt gegeven.

Daarom is de vraag wat voel ik? belangrijk, maar soms niet voldoende. Je kunt ook onderzoeken:

Wat ben ik vanaf dit moment gaan vasthouden?

Misschien is het je gelijk. Misschien wil je dat de ander begrijpt waarom jij deed wat je deed. Misschien houd je vast aan een verwachting van hoe het gesprek had moeten verlopen. Of misschien wordt een oude conclusie over jezelf door deze ene gebeurtenis ineens opnieuw geloofwaardig.

Daaronder kan nóg iets liggen.

Wat probeer je ermee te verkrijgen of te beschermen?

Misschien wil je erkenning, zekerheid, controle, verbinding of het gevoel dat je ertoe doet.

En wat wil je juist niet ervaren?

Misschien afwijzing, machteloosheid, onzekerheid of het gevoel niet belangrijk te zijn.

Dat maakt vasthouden begrijpelijk. Als je gelooft dat erkenning van de ander nodig is om weer rustig te worden, voelt het logisch dat je blijft uitleggen. Als controle je een gevoel van veiligheid geeft, is het begrijpelijk dat onzekerheid spanning oproept.

Wat je vasthoudt, probeert vaak iets voor je te doen.

De vraag is alleen of je het vandaag nog op dezelfde manier nodig hebt.


De ruimte tussen gevoel en reactie is waar keuze ontstaat

Stel dat iemand tijdens een overleg iets zegt wat je als kritiek ervaart.

Je voelt spanning en merkt dat je jezelf wilt verdedigen. Terwijl de ander nog praat, vormt zich al een antwoord waarmee je wilt laten zien waarom jouw aanpak wel degelijk klopt.

Die eerste reactie kun je nauwelijks sturen.

Maar misschien merk je vlak voordat je reageert dat je kaken gespannen zijn en dat je ademhaling verandert. Je laat de ander uitspreken en vraagt vervolgens:

Wat bedoel je daar precies mee?

Misschien blijkt dat de ander niet jouw hele werk bekritiseerde, maar één onderdeel niet begreep.

Of misschien wás de kritiek scherp.

Ook dan heeft die korte ruimte iets veranderd. Je hebt de kritiek niet weggepoetst en je gevoel niet onderdrukt. Alleen hoefde je eerste reflex het gesprek niet volledig over te nemen.

In Tussen prikkel en reactie ligt jouw keuzevrijheid lees je verder over dat moment waarop een automatische reactie opnieuw een bewuste keuze kan worden.

Die ruimte hoeft niet groot te zijn. Soms duurt ze maar een paar seconden. Maar juist daarin kan de beweging ontstaan die ik zelf beschrijf als:

opmerken – toelaten – erkennen – kiezen – loslaten.

Bij opmerken merk je wat er gebeurt voordat je er volledig in verdwijnt. Je voelt spanning, irritatie, verdriet of de neiging jezelf te verdedigen.

Bij toelaten hoef je het gevoel niet onmiddellijk te corrigeren. Het mag er zijn, ook wanneer je nog niet begrijpt waarom het zo sterk is.

Bij erkennen kijk je eerlijker naar wat eronder meespeelt. Misschien wordt een oude angst geraakt, verlang je naar erkenning, probeer je controle te houden of houd je vast aan een verwachting van de ander.

Daarna komt kiezen. Nu er iets meer zichtbaar is, kun je onderzoeken of je eerste impuls ook werkelijk de reactie is die je wilt geven.

Pas dan krijgt loslaten betekenis. Je laat niet zomaar je gevoel verdwijnen, maar kijkt wat je niet langer nodig hebt om trouw te kunnen handelen: een oordeel, de behoefte om gelijk te krijgen, een oude conclusie of de eis dat de ander eerst moet veranderen.

Die vijf stappen verlopen in het dagelijks leven lang niet altijd netjes achter elkaar. Soms lopen ze door elkaar en soms zie je pas achteraf waar je in vastzat.

Maar ze wijzen wel op iets wezenlijks:

je bent niet alleen wat er in je gebeurt. Je kunt je er ook toe verhouden.


Loslaten betekent niet dat je je gevoel moet wegmaken

Wanneer iets pijn doet, ontstaat gemakkelijk de neiging om er zo snel mogelijk vanaf te willen. Je probeert het te relativeren, jezelf toe te spreken of te begrijpen waarom je je eigenlijk niet zo zou moeten voelen.

Dat lijkt misschien op loslaten, terwijl je soms vooral probeert niet te hoeven voelen wat er werkelijk is.

Wanneer iets je verdrietig maakt, mag dat verdriet bestaan. Wanneer iemand een grens overschrijdt en je voelt boosheid, hoef je jezelf niet onmiddellijk rustig te praten. En wanneer iets je bang maakt, hoeft je eerste opdracht niet te zijn dat die angst zo snel mogelijk verdwijnt.

Misschien laat je uiteindelijk niet het verdriet los, maar wel het idee dat het er niet mag zijn. Misschien verdwijnt je boosheid niet onmiddellijk, maar laat je wel de behoefte los om de ander terug te laten voelen hoeveel pijn het deed. Of de angst blijft nog even aanwezig, terwijl je besluit dat ze niet alleen hoeft te bepalen welke stap je zet.

Daarmee wordt loslaten iets anders dan verwijderen.

Je maakt ruimte voor wat je voelt, zodat je niet automatisch alles hoeft mee te dragen wat eraan vastzit.


Niet alles wat je vasthoudt moet je loslaten

Dit is voor mij een wezenlijk onderdeel van emotionele intelligentie.

Soms is loslaten precies wat nodig is. Maar soms niet.

Stel dat iemand jou herhaaldelijk niet serieus neemt. Het kan bevrijdend zijn om de behoefte los te laten dat die ander eindelijk erkent dat jij gelijk hebt.

Maar dat betekent niet dat je ook je grens moet loslaten.

Je kunt begrijpen waarom iemand zich gedraagt zoals hij doet zonder gedrag te accepteren dat jou schaadt. Je kunt een ander perspectief toelaten zonder jouw eigen ervaring weg te relativeren. En je kunt de strijd om begrip loslaten terwijl je heel duidelijk blijft over wat voor jou niet langer werkt.

“Emotionele intelligentie betekent niet dat je alles leert loslaten. Het betekent dat je leert onderscheiden wat je niet langer hoeft vast te houden en waaraan je juist trouw wilt blijven.”

Misschien laat je controle los, maar houd je zorgvuldigheid vast. Je laat je behoefte aan goedkeuring los, maar blijft achter je keuze staan. Je laat verwijt los, maar niet de verantwoordelijkheid om iets bespreekbaar te maken.

Dat onderscheid is belangrijk, omdat loslaten anders gemakkelijk een nieuwe manier kan worden om jezelf aan te passen.

Dan ga je misschien begrip opbrengen waar eigenlijk een grens nodig is. Je probeert iets van jezelf los te laten terwijl er juist iets is waaraan je trouw wilt blijven.

Werkelijke vrijheid betekent niet dat niets je meer raakt.

Ze betekent ook dat je steeds beter kunt onderscheiden wat niet meer gedragen hoeft te worden en wat werkelijk van waarde is.


Verbonden blijven zonder jezelf achter te laten

Emotionele intelligentie gaat niet alleen over wat er in jezelf gebeurt. Ze wordt ook zichtbaar in contact.

Je vriendin vertelt dat ze gekwetst is en je merkt dat je onmiddellijk wilt uitleggen, adviseren of oplossen. Misschien omdat je haar pijn moeilijk vindt om te zien of omdat je wilt dat het snel weer goed voelt.

Maar empathie hoeft niet te betekenen dat jij iets oplost.

Je kunt luisteren zonder een antwoord klaar te hebben. Je kunt erkennen dat iets moeilijk voor iemand is zonder diens ervaring volledig over te nemen. En je kunt begrip hebben voor iemands reactie zonder daarmee automatisch verantwoordelijk te worden voor wat diegene voelt.

Dat laatste is vooral belangrijk voor mensen die goed aanvoelen wat er bij een ander speelt. Juist dan kun je gemakkelijk vergeten waar de ander ophoudt en jij begint.

Je ziet teleurstelling en verandert je besluit. Je voelt spanning in de ander en gaat jezelf uitvoerig uitleggen. Je merkt verdriet en voelt de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het verdwijnt.

Dan is er soms meer aan de hand dan empathie.

Als jij voortdurend probeert te voorkomen dat de ander teleurgesteld, boos of verdrietig raakt, ben je niet alleen bezig met de ander begrijpen. Je kunt jezelf ook gaan verlaten om de verbinding te bewaren.

Daarom horen empathie en grenzen bij elkaar.

Een grens betekent niet dat je minder betrokken bent. Je kunt heel goed begrijpen dat iemand teleurgesteld is en tegelijkertijd bij je nee blijven. Je kunt zien dat iets pijn doet en toch weten dat jouw keuze klopt.

Dat kan emotioneel juist behoorlijk ongemakkelijk voelen. Je kunt schuldgevoel ervaren terwijl je weet dat je grens nodig is. Je kunt iemand teleurstellen en toch respectvol blijven. Je kunt begrip hebben voor de behoefte van de ander zonder te besluiten dat jij eraan moet voldoen.

Emotionele intelligentie zit dan niet in het verdwijnen van die spanning.

Ze zit in het vermogen om beide werkelijkheden naast elkaar te laten bestaan.

De ander mag voelen wat hij of zij voelt, terwijl jij trouw mag blijven aan wat voor jou klopt.

Verbinding zonder grens kan betekenen dat jij jezelf onderweg verliest. Een grens zonder verbinding kan afstand worden.

De kunst is niet om één van beide te kiezen, maar om te leren blijven staan waar beide mogen bestaan.


Emotionele intelligentie betekent niet dat je altijd rustig bent

Wie emotioneel intelligent is, wordt nog steeds boos, gekwetst, onzeker, verdrietig of jaloers. Er zullen momenten zijn waarop je niet meteen begrijpt wat er in je gebeurt en situaties waarin je pas uren later ziet waarom iets je zo raakte.

Dat maakt je niet minder emotioneel intelligent.

Het doel kan onmogelijk zijn dat je altijd beheerst, mild en wijs reageert. Dan zou emotionele intelligentie gewoon een nieuwe prestatie worden waaraan je jezelf kunt meten.

De ontwikkeling zit ergens anders.

Je merkt eerder wanneer je wordt meegenomen. Je kunt gemakkelijker terugkeren nadat je impulsief hebt gereageerd. Je kunt verantwoordelijkheid nemen zonder jezelf af te wijzen en een emotie laten bestaan zonder haar meteen tot probleem te maken.

Misschien heb je tijdens een gesprek tóch iets gezegd waarvan je later denkt: dat was niet wat ik werkelijk wilde zeggen.

Ook dat moment kan onderdeel zijn van emotionele intelligentie.

Je kunt terugkomen op wat er gebeurde.

Ik merkte dat ik me verdedigde. Dat was niet nodig. Kunnen we nog even opnieuw kijken naar wat je bedoelde?

Niet omdat je perfect moet reageren, maar omdat je verantwoordelijkheid kunt nemen voor wat van jou is.


Wat een ander doet kan jou raken zonder jouw hele reactie te bepalen

Emotionele verantwoordelijkheid wordt soms uitgelegd alsof je alles op jezelf moet betrekken.

Dat is niet wat ik bedoel.

Iemand kan werkelijk iets kwetsends zeggen. Een ander kan onbetrouwbaar, grensoverschrijdend of respectloos handelen. Een situatie kan objectief moeilijk zijn.

Dat hoef je niet anders te interpreteren om er emotioneel intelligent mee om te gaan.

Maar zelfs wanneer een ander iets veroorzaakt, blijft er op een bepaald moment een deel over waarop jij weer invloed krijgt. Niet op wat die ander heeft gezegd of op wat er al is gebeurd, maar wel op wat je vanaf dat moment met jouw innerlijke reactie doet.

Je kunt onderzoeken wat je geraakt heeft, welke grens je nodig hebt, of je iets wilt bespreken en wat je eventueel kunt herstellen.

Maar je kunt ook kijken naar een andere vraag:

Wat wil ik hiervan niet nog weken met mij meedragen?

Misschien blijft er verdriet. Misschien is vertrouwen beschadigd. Misschien moet er werkelijk iets veranderen.

Maar ook dan hoef je niet automatisch ieder verwijt, iedere herhaling van het gesprek of iedere behoefte aan erkenning te blijven vasthouden.

Dat is geen manier om de ander vrij te pleiten.

Het is de plek waar jouw invloed terugkomt.

Niet alles ligt aan jou, maar je hoeft je innerlijke leven ook niet volledig in handen te laten van degene die jou geraakt heeft.


Misschien raakt dit precies aan wat jij al langer meedraagt.

Niet omdat je het niet begrijpt.
Maar omdat het nog iets met je doet.

Wat je vasthoudt, werkt vaak langer door dan je denkt.

Loslaten begint met stilstaan bij wat er vanbinnen om aandacht vraagt.

Samen kijken wat jou vasthoudt →

Eerst rustig verder lezen? Lees wat loslaten echt betekent .


Conclusie: Die zuchtende collega is nog steeds dezelfde collega

Denk nog eens terug aan het begin.

Je collega loopt zuchtend langs je bureau en opnieuw merk je iets in je buik.

Het verschil is niet dat je daar nu ongevoelig voor bent geworden. Je lichaam reageert waarschijnlijk nog steeds.

Maar misschien merk je iets eerder wat er gebeurt.

Je voelt de spanning en herkent dat je hoofd onmiddellijk wil invullen wat die zucht betekent. Je hoeft die gedachte niet weg te drukken, maar je hoeft haar ook niet meteen voor waar aan te nemen.

Je blijft even bij wat er is.

Misschien vraag je later gewoon:

Alles goed?

Je collega kijkt op en vertelt dat hij net een lastig telefoongesprek heeft gehad.

Er is niets spectaculairs gebeurd. De prikkel was dezelfde, je lichamelijke reactie misschien ook en zelfs je eerste gedachte kon nog precies dezelfde zijn.

Alleen kreeg die eerste gedachte niet automatisch de leiding.

En misschien is dat uiteindelijk een van de eenvoudigste manieren om naar emotionele intelligentie te kijken.

Niet: hoe goed kan ik mijn emoties beheersen?

Maar:

Wat gebeurt er in mij wanneer ik geraakt word, wat houd ik vervolgens vast en wat wil ik daarmee doen?

Je kunt een gevoel toelaten zonder het vast te zetten in één verklaring. Je kunt een ander begrijpen zonder diens emotionele wereld over te nemen. Je kunt geraakt worden zonder dat je eerste reactie automatisch het laatste woord krijgt. En je kunt iets loslaten zonder te doen alsof het nooit belangrijk is geweest.

Daarmee wordt emotionele intelligentie geen manier om minder te voelen.

Je leert juist beter voelen, omdat je niet alles wat je voelt onmiddellijk hoeft op te lossen, verklaren of volgen.

Misschien ligt daarin de werkelijke vrijheid.

Dat er nog steeds van alles in je gebeurt, maar dat niet alles wat in je gebeurt jou hoeft vast te houden.

Wat jij vasthoudt, houdt jou ook vast.


Verder lezen over voelen, kiezen en verbonden blijven

Emotionele intelligentie raakt aan hoe je jezelf begrijpt, hoe je met anderen verbonden blijft en hoe je verantwoordelijkheid neemt voor wat er in jou gebeurt. Deze drie artikelen verdiepen ieder een andere kant daarvan.


Veelgestelde vragen over emotionele intelligentie

Wat is emotionele intelligentie? Emotionele intelligentie is het vermogen om te herkennen wat er in jezelf en anderen gebeurt en daar bewust mee om te gaan. Het betekent niet dat emoties verdwijnen, maar dat je steeds beter kunt onderscheiden wat je voelt, welke betekenis je eraan geeft en wat je vervolgens wilt doen.

Betekent emotionele intelligentie dat je je emoties moet beheersen? Niet wanneer beheersen betekent dat je emoties moet onderdrukken of wegkrijgen. Emotionele intelligentie begint juist met toelaten wat je voelt en vervolgens ruimte maken om bewust te kiezen hoe je ermee wilt omgaan.

Hoe weet ik of ik iets moet loslaten of juist moet vasthouden? Onderzoek eerst wat je precies vasthoudt en waarom. Een oordeel of een behoefte aan gelijk, controle of goedkeuring kan je onnodig blijven binden. Een grens, verantwoordelijkheid, belangrijke waarde of je eigen ervaring kan juist iets zijn waaraan je trouw wilt blijven.

Waarom is de ruimte tussen prikkel en reactie zo belangrijk? Omdat daar keuze mogelijk wordt. Je lichamelijke reactie en eerste impuls kunnen automatisch ontstaan, maar je hoeft niet altijd onmiddellijk te handelen vanuit wat als eerste in je opkomt. Hoe eerder je dat moment herkent, hoe meer ruimte ontstaat voor een reactie die werkelijk bij jou en de situatie past.

Kun je emotionele intelligentie ontwikkelen? Ja. Door eerder op te merken wat er in je lichaam en gedachten gebeurt, gevoelens toe te laten, te erkennen wat geraakt wordt en bewuster te kiezen, wordt die ruimte steeds toegankelijker. Het doel is niet om altijd perfect te reageren, maar om steeds minder automatisch door je eerste reactie bepaald te worden.

✉️ Ontvang wekelijks een blog dat zichtbaar maakt wat je vasthoudt. Afmelden kan altijd.