Assertiviteit betekent dat wat jij voelt, denkt, wilt en nodig hebt ook werkelijk een plaats krijgt in het contact met de ander. Niet doordat je harder wordt, vaker nee zegt of probeert je zin te krijgen, maar doordat je jezelf niet automatisch opzijzet zodra er spanning, teleurstelling of verschil ontstaat.
Dat wordt vooral moeilijk wanneer duidelijkheid iets lijkt te kunnen kosten. Misschien is de ander teleurgesteld, wordt iemand boos of ben je bang dat je lastig, egoïstisch of afstandelijk gevonden wordt. Juist dan kunnen oude patronen van aanpassen, pleasen of schuldgevoel het overnemen, terwijl je eigenlijk al weet wat voor jou klopt.
Assertiviteit vraagt daarom niet alleen dat je leert zeggen wat je wilt. Het vraagt ook dat je leert verdragen dat de ander daar iets van mag vinden. Je laat los wat niet van jou is — de verantwoordelijkheid voor iedere reactie, de behoefte aan goedkeuring of de eis dat harmonie altijd behouden moet blijven — terwijl je trouw blijft aan eerlijkheid, verantwoordelijkheid en wat voor jou werkelijk klopt.
Drie vragen om even bij stil te staan
- Waar voel jij eigenlijk al wat je wilt zeggen, maar houd je jezelf toch in? → Juist daar kan zichtbaar worden welke reactie van de ander je probeert te voorkomen.
- Wat probeer je te behouden wanneer je jezelf aanpast? → Misschien harmonie, goedkeuring, het beeld dat je behulpzaam bent of de zekerheid dat de verbinding goed blijft.
- Wat zou er veranderen wanneer de ander teleurgesteld mag zijn zonder dat dit automatisch betekent dat jij iets verkeerd hebt gedaan? → Dan ontstaat ruimte om werkelijk te kiezen in plaats van jezelf vooraf al aan te passen.
Assertiviteit begint vaak voordat je iets hebt gezegd
Het is vrijdagmiddag.
Je hebt een volle week achter de rug en kijkt nog één keer naar je planning. Er liggen twee dingen die je voor het einde van de dag wilt afronden en je had jezelf die ochtend voorgenomen om deze keer op tijd te stoppen.
Dan staat een collega naast je bureau.
Hij vertelt dat hij achterloopt en vraagt of jij maandag een deel van zijn werk kunt overnemen.
Terwijl hij praat, weet je eigenlijk al dat het niet past. Je maandag zit vol en bovendien merk je dat je na deze week vooral behoefte hebt aan wat ruimte. Misschien voel je lichte spanning in je buik of alleen die stille terughoudendheid die zegt:
Dit wil ik eigenlijk niet.
Dan kijk je naar je collega.
Hij ziet er moe uit en je weet dat hij de afgelopen weken ook een paar keer met jou heeft meegedacht. Nog voordat je werkelijk hebt gekozen wat jij wilt, verschuift je aandacht naar hem.
Hij heeft het echt druk.
Ik wil ook niet moeilijk doen.
Het is eigenlijk maar één extra ding.
En even later hoor je jezelf zeggen:
“Ja hoor, stuur maar door.”
Je collega bedankt je en loopt opgelucht weg. Voor hem is het gesprek klaar.
Bij jou blijft iets achter.
Niet omdat hij jouw grens heeft overschreden. Hij heeft iets gevraagd.
Wat gebeurde, is subtieler: jij voelde eigenlijk al dat het niet paste, maar bleef nauwelijks lang genoeg bij dat gevoel om het werkelijk mee te nemen in je antwoord.
“Assertiviteit begint vaak niet bij leren wat je wilt zeggen, maar bij durven blijven bij wat je eigenlijk al wist.”
Daarom gaat assertiviteit veel dieper dan communicatietechniek.
Vaak weet je best wat je wilt.
De moeilijkheid begint wanneer jouw eerlijkheid gevolgen kan hebben voor iemand anders.
Veel mensen voelen hun grens eerder dan ze haar durven volgen
We praten over grenzen alsof je ze altijd eerst moet leren ontdekken.
Soms is dat inderdaad zo. Er zijn situaties waarin je pas achteraf merkt dat iets te veel was of dat je ergens eigenlijk niet mee akkoord wilde gaan.
Maar opvallend vaak weet je het al eerder.
Je voelt dat je geen ruimte hebt, merkt dat je het ergens niet mee eens bent of weet dat een verzoek niet past. De twijfel komt pas daarna, wanneer je begint na te denken over wat er kan gebeuren als je dat gevoel serieus neemt.
Misschien had iemand op je gerekend. Misschien vindt iemand je ineens minder behulpzaam, ontstaat er spanning of wordt het even ongemakkelijk.
En soms voelt juist dát moeilijker dan simpelweg nog een taak op je nemen.
Dat is een belangrijk verschil. Het probleem is dan niet dat je niet weet waar je grens ligt. Het probleem is dat je probeert te voorkomen wat er kan gebeuren wanneer je haar zichtbaar maakt.
Daar komt angst voor afwijzing vaak tussen.
De behoefte aan verbinding is menselijk. Het doet iets met ons wanneer iemand blij met ons is, ons begrijpt of laat merken dat we ertoe doen. Daar hoeft niets mis mee te zijn.
Het wordt ingewikkelder wanneer de mogelijke reactie van een ander al invloed krijgt vóórdat die ander überhaupt gereageerd heeft.
Je maakt je woorden zachter, zegt ja terwijl je eigenlijk nee bedoelt of legt jezelf alvast uit voor het geval iemand jouw keuze verkeerd begrijpt.
Dan ben je niet alleen bezig met wat jij wilt zeggen.
Je probeert ook de reactie van de ander alvast te sturen.
In Angst voor afwijzing: hoe je jezelf niet meer verlaat en vrijer wordt in contact lees je meer over waarom je soms al van je eigen antwoord vandaan beweegt voordat iemand je werkelijk heeft afgewezen.
Assertiviteit vraagt niet dat afwijzing je niets meer doet.
Het vraagt dat de angst ervoor niet automatisch namens jou beslist.
Pleasen is iets anders dan bewust rekening houden met een ander
Niet iedere ja die moeite kost, is pleasen.
Soms kies je bewust voor iemand anders.
Je bent moe, maar gaat toch langs bij een vriend omdat je weet dat hij je nodig heeft. Je neemt tijdelijk iets extra’s over van een collega omdat hij door een moeilijke periode gaat. Je doet iets waar je zelf niet direct voordeel van hebt, omdat de relatie belangrijk voor je is.
Dat kan juist betrokkenheid zijn.
Het verschil zit daarom niet in het feit dat je rekening houdt met een ander.
Het verschil zit in de vrijheid die je nog ervaart om ook iets anders te kiezen.
“Pleasen begint niet wanneer je rekening houdt met een ander, maar wanneer je jezelf niet meer vrij voelt om ook iets anders te kiezen.”
Wanneer nee innerlijk nauwelijks nog als mogelijkheid voelt, krijgt ja een andere betekenis.
Dan geef je misschien niet meer vanuit keuze, maar om teleurstelling, spanning of afwijzing te voorkomen.
Van buiten kan het gedrag er precies hetzelfde uitzien. Je bent behulpzaam, flexibel en betrokken.
Vanbinnen is de beweging anders.
Een vrijwillige ja kan verbinden. Een ja waarmee je jezelf steeds opnieuw voorbijloopt, laat vaak vermoeidheid, irritatie of het gevoel achter dat anderen te veel van je vragen.
Terwijl de ander soms niet eens weet dat jij eigenlijk iets anders wilde.
Daarom vraagt assertiviteit niet dat je minder geeft.
Ze vraagt dat je eerlijker wordt over de plaats van waaruit je geeft.
Assertiviteit is veel meer dan nee leren zeggen
Voor jezelf opkomen wordt gemakkelijk teruggebracht tot grenzen stellen.
Maar assertiviteit laat zich op veel meer momenten zien.
Je zegt dat je iets wél wilt. Je vraagt om hulp. Je vertelt dat een opmerking je heeft geraakt. Je zegt tijdens een overleg dat je ergens anders over denkt. Je komt terug op iets wat je eerder hebt toegezegd omdat je inmiddels merkt dat het toch niet klopt.
Of je zegt eenvoudig:
Ik weet het niet.
De overeenkomst is niet dat al die uitspraken stevig klinken.
De overeenkomst is dat je jezelf zichtbaar maakt.
Je laat zien wat jij denkt, voelt, wilt of nodig hebt zonder van de ander te eisen dat die hetzelfde denkt, voelt of wil.
Daarom is assertiviteit uiteindelijk geen verzameling goede formuleringen.
Je kunt de perfecte assertieve zin leren en jezelf er alsnog achter verstoppen.
Werkelijke assertiviteit zit in de bereidheid om zelf in het contact aanwezig te blijven, zonder jezelf boven of onder de ander te plaatsen.
De ander mag teleurgesteld zijn zonder dat jij het hoeft te repareren
Stel dat je die collega op vrijdag had geantwoord:
“Maandag lukt mij niet. Mijn planning zit vol.”
Misschien knikt hij en vraagt hij iemand anders.
Maar misschien zie je teleurstelling.
Juist daar kan iets in jou gaan bewegen.
Schuldgevoel kan opkomen en dat gevoel kan verrassend overtuigend zijn. Het kan lijken alsof jouw ongemak bewijs is dat je keuze niet goed was.
Maar schuldgevoel vertelt niet altijd hetzelfde verhaal.
Wanneer je iemand onnodig kwetst, een afspraak niet nakomt of verantwoordelijkheid van je afschuift, kan het heel passend zijn om daar eerlijk naar te kijken.
Maar schuldgevoel kan ook ontstaan omdat je iets anders doet dan je gewend bent.
Je stelt een grens waar je vroeger toegaf. Je zegt dat iets niet past terwijl je normaal altijd beschikbaar bent. Je laat iemand teleurgesteld zijn zonder meteen te zorgen dat die teleurstelling weer verdwijnt.
Dan betekent het ongemak niet automatisch dat je iets verkeerd doet.
Het kan ook betekenen dat je iets nieuws doet.
In Waarom je ja zegt terwijl je eigenlijk nee wilt zeggen lees je verder over waarom schuldgevoel juist kan opkomen wanneer je een oude regel doorbreekt, zoals ik moet beschikbaar zijn of ik mag niemand teleurstellen, en waarom een grens daardoor niet automatisch verkeerd wordt.
En dat is vaak precies het moment waarop assertiviteit moeilijk wordt.
De woorden zelf zijn soms niet eens zo ingewikkeld:
“Dat gaat mij niet lukken.”
“Hier ben ik het niet mee eens.”
“Wat je net zei raakte mij.”
Maar daarna komt de reactie.
Misschien valt het even stil, trekt iemand zijn wenkbrauwen op of hoor je:
“Jammer, ik had echt op je gerekend.”
En voor je het weet, wil je jouw eigen duidelijkheid alweer verzachten.
“Maar misschien kan ik wel…”
“Als het echt niet anders kan…”
“Ik kijk nog wel even.”
Daar wordt zichtbaar hoe sterk de behoefte kan zijn om de sfeer te herstellen.
Veel mensen zijn daar heel goed in geworden. Er valt spanning en je maakt een grap. Iemand reageert teleurgesteld en je gaat uitgebreid uitleggen. Je merkt irritatie en probeert de ander zo snel mogelijk gerust te stellen.
Dat kan zorgzaam zijn.
Maar het kan ook een manier worden om zelf niet bij het ongemak te hoeven blijven.
Je kunt ook zeggen:
“Ik snap dat je erop had gehoopt.”
En het daarbij laten.
Je ziet de ander nog steeds en neemt diens teleurstelling serieus.
Alleen hoef je haar niet op te lossen.
Verbinding kun je aanbieden, maar niet garanderen
Dit is misschien een van de moeilijkste kanten van assertiviteit.
Je kunt respectvol spreken, zorgvuldig luisteren en werkelijk ruimte laten voor de ander.
En toch kun je niet bepalen wat die ander vervolgens doet.
Misschien begrijpt iemand jouw grens meteen. Misschien heeft diegene tijd nodig. En soms wordt iemand boos, trekt zich terug of besluit meer afstand te nemen.
Dat betekent niet automatisch dat jij iets verkeerd hebt gedaan.
Assertiviteit geeft geen garantie dat iedere relatie hetzelfde blijft wanneer jij jezelf duidelijker laat zien.
Je bent verantwoordelijk voor de manier waarop jij je uitspreekt. Je kunt luisteren, onderzoeken of je iets over het hoofd hebt gezien en excuses aanbieden wanneer je iemand werkelijk onnodig hebt gekwetst.
Maar er blijft een grens aan jouw verantwoordelijkheid.
Je bent er niet verantwoordelijk voor dat de ander geen ongemak ervaart.
En je kunt ook niet garanderen dat iemand dichtbij blijft.
Dat klinkt misschien hard, maar het tegenovergestelde heeft ook een prijs.
Wanneer verbinding alleen behouden kan blijven doordat jij jezelf steeds inslikt, nooit nee zegt of voortdurend verantwoordelijk wordt voor de stemming van de ander, betaal je daarvoor met energie, innerlijke spanning en irritatie die zich langzaam kan opbouwen.
Soms komt daar nog iets anders bij: het gevoel dat niemand werkelijk weet wie jij bent, omdat jij vooral hebt laten zien wie je dacht te moeten zijn om de relatie goed te houden.
“Je kunt verantwoordelijk zijn voor hoe jij je uitspreekt, maar niet voor de keuze van de ander om dichtbij te blijven.”
Dat betekent niet dat verbinding onbelangrijk wordt.
Juist niet.
Het betekent dat je haar niet meer probeert te behouden door jezelf ervoor in te leveren.
Zacht en stevig kunnen tegelijkertijd bestaan
Assertiviteit wordt vaak voorgesteld als stevigheid.
Dat is maar de helft.
Wanneer je alleen stevig bent en geen ruimte meer hebt voor de ander, kan duidelijkheid veranderen in hardheid.
Wanneer je alleen zacht bent en je eigen positie voortdurend verschuift om de ander tegemoet te komen, kan zachtheid veranderen in meegaandheid.
Assertiviteit vraagt beide.
Je kunt zeggen:
“Ik begrijp dat dit lastig voor je is, maar mijn antwoord blijft nee.”
Daar hoeft geen strijd in te zitten.
Je ontkent de ander niet. Je hoeft ook niet te bewijzen dat jouw keuze de enige juiste is.
Je laat alleen zien dat begrip voor de positie van de ander niet betekent dat jij jouw eigen positie moet loslaten.
Daar hoort nog iets bij.
Trouw blijven aan jezelf betekent niet:
Ik voel dit, dus zo is het.
Assertiviteit is geen koppigheid.
Je kunt duidelijk zeggen wat je denkt of nodig hebt en daarna nog steeds luisteren. Misschien laat de ander je iets zien wat je niet had meegenomen. Misschien ontdek je dat je grens anders ligt dan je aanvankelijk dacht. Misschien verander je na een gesprek bewust van mening.
Dat maakt je niet minder assertief.
Het verschil zit in waarom je verandert.
Verander je omdat spanning onverdraaglijk voelt en je vooral wilt dat de ander weer tevreden is?
Of verander je omdat je werkelijk iets hebt gehoord waardoor je anders bent gaan kijken?
Dat tweede is geen jezelf weggeven.
Dat is bewegen vanuit keuze.
Assertiviteit betekent dus niet dat je krampachtig moet vasthouden aan je eerste antwoord.
Het betekent dat je jezelf serieus genoeg neemt om niet onmiddellijk van positie te veranderen alleen omdat iemand anders iets anders voelt, wil of vindt.
Wat probeer je vast te houden wanneer je jezelf aanpast?
Onder aanpassen zit vaak meer dan alleen vriendelijkheid.
Je probeert soms iets vast te houden: harmonie, goedkeuring, het beeld dat je behulpzaam bent, de zekerheid dat iemand niet boos op je wordt of de verbinding zoals je haar kent.
Tegelijkertijd probeer je iets anders juist te vermijden: teleurstelling, conflict, afwijzing, schuldgevoel of de onzekerheid van niet weten wat jouw duidelijkheid voor de relatie betekent.
Daarom kan aanpassen zo logisch voelen.
Als jij hebt geleerd dat rust in een relatie vooral bestaat zolang er geen spanning is, voelt het vanzelfsprekend om spanning snel op te lossen.
Als waardering belangrijk voor je is geworden, kan een nee veel groter voelen dan alleen een antwoord op een verzoek.
En wanneer je gewend bent verantwoordelijkheid te dragen voor hoe het met anderen gaat, kan een teleurgesteld gezicht al genoeg zijn om opnieuw te gaan twijfelen.
Daar ligt de diepere beweging van assertiviteit.
Niet alleen leren welke zin je moet uitspreken.
Maar herkennen wat jij probeert veilig te stellen wanneer je je eigen antwoord inhoudt.
En vervolgens onderzoeken:
Moet ik dit werkelijk dragen?
De teleurstelling van een ander kan echt zijn.
Maar is zij daarom jouw verantwoordelijkheid?
Iemand kan jouw keuze niet prettig vinden.
Maar betekent dat dat jouw keuze verkeerd is?
De verbinding kan even schuren.
Maar moet jij daarom weer bij je eigen antwoord vandaan bewegen?
Daar begint loslaten.
Opmerken, toelaten, erkennen, kiezen en loslaten
Assertiviteit wordt heel concreet wanneer je kijkt naar de paar seconden vóórdat je automatisch ja zegt, jezelf begint uit te leggen of jouw grens alweer verzacht.
Bij opmerken merk je dat iets in jou terughoudt terwijl je bijna automatisch instemt.
Bij toelaten hoef je de spanning die daarbij ontstaat niet meteen weg te krijgen. Het mag ongemakkelijk zijn dat iemand mogelijk teleurgesteld raakt.
Bij erkennen kijk je eerlijk naar wat jou probeert mee te nemen. Misschien wil je aardig gevonden worden, harmonie bewaren of voorkomen dat iemand je lastig vindt. Misschien voel je schuldgevoel, terwijl je tegelijkertijd weet dat je grens klopt.
Dan komt kiezen.
Niet: hoe zorg ik ervoor dat de ander dit prettig vindt?
Maar:
Wat wil ik zeggen wanneer ik mezelf én de ander serieus neem?
En bij loslaten hoef je niet de ander of de verbinding los te laten.
Je laat iets los van de eis dat jouw keuze pas goed mag voelen wanneer de ander haar ook goedkeurt.
Je laat iets los van de verantwoordelijkheid om iedere reactie te repareren.
En misschien laat je ook iets los van het oude idee dat verbinding alleen veilig is zolang er geen verschil bestaat.
Die vijf bewegingen kunnen in enkele seconden plaatsvinden.
Soms zie je pas achteraf op welk moment je bij je eigen antwoord vandaan bent bewogen. Maar iedere keer dat je het iets eerder opmerkt, ontstaat er opnieuw ruimte tussen wat de ander van jou vraagt en wat jij automatisch denkt te moeten geven. En juist daar kun je kiezen.
Misschien raakt dit precies aan wat jij al langer meedraagt.
Niet omdat je het niet begrijpt.
Maar omdat het nog iets met je doet.
Wat je vasthoudt, werkt vaak langer door dan je denkt.
Loslaten begint met stilstaan bij wat er vanbinnen om aandacht vraagt.
Samen kijken wat jou vasthoudt →
Eerst rustig verder lezen? Lees wat loslaten echt betekent .
Conclusie: Je hoeft jezelf niet te verlaten om verbonden te blijven
Denk nog eens aan die vrijdagmiddag.
Je collega staat naast je bureau en vraagt of jij maandag iets wilt overnemen.
Je voelt opnieuw dat het niet past.
Deze keer geef je jezelf alleen een paar seconden voordat je antwoordt.
Je ziet dat hij onder druk staat en dat raakt je nog steeds. Je bent niet minder betrokken geworden doordat je assertiever bent.
Maar zijn drukte maakt jouw maandag niet ruimer.
Dus je zegt:
“Ik snap dat je ermee zit, maar maandag heb ik daar geen ruimte voor.”
Misschien zegt hij gewoon:
“Oké.”
Maar misschien zucht hij en antwoordt:
“Jammer, ik had echt gehoopt dat jij het kon doen.”
Je voelt de spanning en merkt misschien onmiddellijk de neiging om alsnog een oplossing te zoeken.
Maar deze keer hoef je daar niet automatisch achteraan.
Je kunt zien dat er twee dingen tegelijkertijd waar zijn: jouw collega is teleurgesteld en jouw grens klopt nog steeds.
Je hoeft zijn teleurstelling niet weg te maken om respectvol te blijven. Je hoeft jouw grens niet harder te maken om haar serieus te nemen.
Misschien blijft de verbinding precies zoals zij was. Misschien schuurt het even. En soms verandert er werkelijk iets wanneer jij niet langer automatisch meebeweegt.
Dat heb je niet volledig in de hand.
Wat je wel kunt kiezen, is of jij jezelf opnieuw verlaat om de uitkomst te controleren.
Daar zit de zachte kracht van assertiviteit: niet in winnen of harder spreken, maar in zichtbaar blijven wanneer verbinding spannend wordt.
Assertiviteit is uiteindelijk dan ook geen verzameling zinnen die je uit je hoofd leert.
Het is een manier van aanwezig zijn.
Je merkt eerder wanneer je jezelf dreigt te verlaten om iets buiten jezelf veilig te houden. Je voelt de neiging om aan te passen, uit te leggen of te repareren en hoeft daar niet meer automatisch in mee te gaan.
Soms betekent dat nee zeggen, soms een duidelijke ja, soms vragen om wat je nodig hebt of vertellen dat iets je heeft geraakt. En soms betekent het werkelijk luisteren en ontdekken dat je zelf iets anders wilt kiezen dan je aanvankelijk dacht.
De vrijheid zit niet in altijd vasthouden aan je eerste standpunt.
Ze zit in het feit dat je niet meer automatisch hoeft te verdwijnen zodra de ander iets anders voelt, wil of vindt.
Je hoeft de ander niet weg te duwen om jezelf serieus te nemen.
En je hoeft jezelf niet meer opzij te zetten om verbonden te mogen blijven.
Wat jij vasthoudt, houdt jou ook vast.
Verder lezen over verbinding, verschil en trouw blijven aan jezelf
Assertiviteit raakt niet alleen aan grenzen. Het gaat ook over omgaan met spanning, de invloed van reacties van anderen op jouw innerlijke rust en duidelijk kunnen blijven zonder hard te worden.
- Angst voor conflicten loslaten — aanwezig blijven zonder jezelf te verliezen
Wanneer je vooral de vrede probeert te bewaren, kan het conflict uit het gesprek verdwijnen terwijl het in jou doorgaat. Hier lees je wat er verandert wanneer verschil mag bestaan zonder dat jij jezelf hoeft in te slikken. - Van emotionele afhankelijkheid naar rust in jezelf
De reactie van een ander mag iets met je doen zonder dat zij bepaalt hoe stevig jij je vanbinnen voelt. Dit artikel verdiept hoe verbinding vrijer wordt wanneer goedkeuring niet langer de basis van jouw rust hoeft te zijn. - Waarom vriendelijkheid helpt om spanning te verlagen en contact te verdiepen
Deze kennisbankverdieping laat zien waarom vriendelijkheid en duidelijkheid elkaar niet uitsluiten. Juist wanneer je een grens of verschil uitspreekt, kan zachtheid helpen om duidelijk te blijven zonder de ander tot tegenstander te maken.
Veelgestelde vragen over assertiviteit en voor jezelf opkomen
Wat betekent assertief zijn? Assertief zijn betekent dat je eerlijk laat zien wat je denkt, voelt, wilt of nodig hebt, terwijl je ook ruimte laat voor de ander. Je neemt jezelf serieus zonder de ander te hoeven overheersen en zonder jouw keuzes afhankelijk te maken van diens goedkeuring.
Is assertiviteit hetzelfde als grenzen stellen? Nee. Grenzen stellen is een belangrijk onderdeel van assertiviteit, maar het begrip is breder. Assertiviteit betekent ook dat je iets durft te vragen, een andere mening uitspreekt, aangeeft wat je wél wilt of vertelt dat iets je heeft geraakt.
Waarom voel ik me schuldig wanneer ik voor mezelf opkom? Schuldgevoel kan betekenen dat je werkelijk iets wilt herstellen, maar het kan ook ontstaan omdat je iets anders doet dan je gewend bent. Wanneer aanpassen, pleasen of beschikbaar zijn lang jouw vertrouwde patroon was, kan een gezonde grens aanvankelijk toch verkeerd voelen.
Wat als iemand teleurgesteld of boos wordt wanneer ik assertiever ben? De reactie van de ander mag er zijn. Je kunt luisteren, onderzoeken of je zorgvuldig bent geweest en waar nodig iets herstellen. Je hoeft die reactie alleen niet automatisch als bewijs te zien dat jouw grens of keuze verkeerd was.
Wat hebben loslaten en assertiviteit met elkaar te maken? Assertiviteit vraagt dat je minder vasthoudt aan goedkeuring, harmonie en de behoefte dat de ander jouw keuze prettig moet vinden. Tegelijkertijd blijf je trouw aan wat werkelijk belangrijk is: eerlijkheid, verantwoordelijkheid, verbinding en jezelf serieus nemen. Loslaten maakt zo ruimte om te kiezen zonder jezelf te hoeven verlaten.

