Positief zijn klinkt eenvoudig, totdat het leven tegenzit. Dan merk je hoe snel een teleurstelling meer wordt dan wat er werkelijk is gebeurd. Voor je het weet, voelt één tegenvaller als het begin van een heel verhaal.
Optimisme betekent niet dat je dat verhaal moet vervangen door een vrolijkere versie. Je kunt verdrietig, boos of onzeker zijn en toch ruimte houden voor wat je nog niet weet. Juist daarin verschillen optimistische gewoonten van de opdracht om altijd positief te denken: ze helpen je om eerlijk te blijven kijken, ook wanneer je hoofd al besloten heeft hoe het zal aflopen.
De negen gewoonten in deze blog gaan daarom over gewone momenten. Over een gesprek dat je raakt, een dag die te vol wordt, kritiek die blijft hangen en de onverwachte opluchting van samen lachen. Ze helpen je minder automatisch vast te houden aan wat je vreest.
Drie vragen om even bij stil te staan
- Welke conclusie trek jij bijna vanzelf wanneer iets tegenvalt? → Misschien vertelt die gedachte niet alleen wat je vreest, maar ook waartegen je jezelf probeert te beschermen.
- Wanneer voel je dat je positief zou moeten zijn, terwijl je eigenlijk teleurgesteld of verdrietig bent? → Een gevoel erkennen kan eerlijker en rustiger zijn dan onmiddellijk zoeken naar de goede kant.
- Welke gewoonte helpt jou nu al om weer wat ruimer te kijken? → Misschien hoef je niets nieuws te leren, maar mag je meer vertrouwen op iets wat je soms al doet.
Mag ik eerst gewoon even balen?
Je hebt ergens lang naar uitgekeken. Misschien ging het om een andere functie, een mooi plan of een kans waarvoor je de moed had verzameld. Je had voorzichtig al bedacht hoe het zou zijn als het lukte.
Dan komt het bericht dat het niet doorgaat.
Je vertelt het aan een vriend. Die wil je opbeuren en zegt vrijwel meteen: ‘Ach, dan komt er vast iets beters op je pad.’ Het is lief bedoeld. Misschien heeft hij zelfs gelijk, maar dat weet op dat moment niemand. Jij weet vooral dat je teleurgesteld bent.
‘Ik hoop het,’ zeg je, ‘maar mag ik eerst gewoon even balen?’
Hij lacht. Jij moet ook een beetje lachen. En het gesprek wordt ineens gemakkelijker. Er hoeft geen positieve draai meer aan gegeven te worden. Je kunt vertellen waarom het je raakt.
We willen moeilijkheden vaak haastig van een betekenis voorzien. Alsof de teleurstelling pas draaglijk wordt wanneer we kunnen zeggen dat ze ergens goed voor is. Maar sommige dingen zijn op dat moment gewoon pijnlijk. Dat mag zo blijven.
De volgende ochtend is die teleurstelling misschien nog steeds aanwezig. En dan komt je hoofd met zijn eigen commentaar: Zie je wel, ik had er niet op moeten rekenen. Ik maak mezelf steeds iets wijs. De volgende keer begin ik er niet eens aan.
Daar verandert iets. Het verdriet over wat niet doorging begint zich te vermengen met een verhaal over wie je bent en hoe het voortaan zal lopen.
Optimisme is niet zeker weten dat het goedkomt. Het is openblijven voor wat je nog niet kunt zien.
Waarom de somberste voorspelling soms veilig voelt
Het klinkt vreemd, maar van een negatieve verwachting kun je een zekere geruststelling krijgen. Als je vooraf al denkt dat iets mislukt, lijkt de teleurstelling straks misschien minder groot. Als je kritiek verwacht, kun je je alvast voorbereiden. En wie weinig verwacht, denkt misschien minder risico te lopen.
Je hoofd probeert je daarmee ergens tegen te beschermen. Tegen de pijn van teleurstelling, tegen afwijzing of tegen het gevoel dat je onvoldoende voorbereid was. Dat is begrijpelijk.
Alleen zit er een prijs aan die bescherming. Je kunt zo druk zijn met voorkomen dat je opnieuw geraakt wordt dat je nauwelijks nog opmerkt wat er werkelijk gebeurt. Een uitnodiging voelt bij voorbaat ingewikkeld. Een nieuwe mogelijkheid lijkt al kansloos. Of je luistert naar een ander terwijl je vooral wacht op de kritiek waarvan je zeker weet dat die nog zal komen.
Interessanter dan zulke gedachten bestrijden, is herkennen wat ze proberen te doen. Waar wil ik mezelf eigenlijk tegen beschermen door alvast het slechtste te verwachten? Die vraag is vriendelijker dan jezelf opdragen optimistischer te worden, omdat ze serieus neemt waarom je ooit zo bent gaan denken.
In Relativeren zonder wegkijken: erken, laat los en kies perspectief onderzoek ik hoe je de werkelijkheid kunt erkennen zonder je te laten vasthouden door alles wat je er in gedachten aan toevoegt.
Optimisme begint wat mij betreft op dat punt. Je merkt wat je voelt, herkent wat je hoofd ervan maakt en laat de mogelijkheid open dat er nog niet één definitieve conclusie getrokken hoeft te worden.
💡 Wanneer heeft een sombere voorspelling jou ooit beschermd tegen teleurstelling, maar tegelijkertijd een mogelijkheid buiten beeld gehouden?
Negen gewoonten die ruimte maken voor een andere blik
Gewoonten zijn merkwaardige dingen. We denken er nauwelijks bij na zolang ze vertrouwd zijn, terwijl ze wel bepalen hoe we een groot deel van de dag beleven. Dat geldt ook voor onmiddellijk in de verdediging schieten of juist onderzoeken of je eerste gedachte wel klopt.
De volgende negen gewoonten zijn daarom geen kenmerken van mensen bij wie het leven altijd meezit. Het zijn manieren waarop je in het gewone leven wat meer vrijheid kunt ervaren.
1. Ze blijven mogelijkheden zien, zonder van iedere tegenslag een les te maken
Wanneer er iets misgaat, willen we graag weten waarom. Wat had ik anders moeten doen? Hoe zorg ik dat dit nooit meer gebeurt? Soms helpen die vragen je verder.
Maar niet alles wat tegenzit, heeft een les die je onmiddellijk moet ontdekken. Wie zijn baan verliest, heeft misschien eerst tijd nodig om de schrik te verwerken, zonder diezelfde avond een nieuwe kans te hoeven ontdekken.
De optimistische gewoonte zit daarom niet in voortdurend het positieve zoeken. Ze zit in het vermogen om, wanneer je daar weer ruimte voor hebt, verder te kijken dan de eerste teleurstelling. Wat weet ik inmiddels wel? Wie kan me helpen? Welke mogelijkheid heb ik nog niet onderzocht? Soms kun je voorlopig weinig doen. Ook dan hoeft de eerste teleurstelling niet het laatste woord te hebben.
2. Ze letten op wat ze binnenlaten, zonder de moeilijke wereld te vermijden
Stel dat je even het nieuws wilt lezen. Een halfuur later heb je verschillende alarmerende berichten gezien, twee meningen gelezen waar je boos van werd en op sociale media het leven van anderen vergeleken met dat van jezelf. Je legt je telefoon weg en vraagt je af waarom je zo onrustig bent.
Het is goed om op de hoogte te blijven en ook moeilijke verhalen verdienen aandacht. Maar je kunt je wel afvragen wat je steeds opnieuw binnenlaat, hoe vaak je dezelfde zorgen opzoekt en of het je nog helpt.
Een eerlijk gesprek brengt je soms verder dan eindeloos meningen lezen. Je sluit de werkelijkheid niet buiten; je voorkomt alleen dat alles wat aandacht vraagt ook voortdurend jouw aandacht krijgt.
3. Ze bewaken hun eigen tempo, ook wanneer niemand hen opjaagt
Je bent aan het ontbijten, beantwoordt ondertussen een bericht en denkt alvast na over je eerste afspraak. De koffie staat naast je, maar je proeft hem nauwelijks. Misschien betrap je jezelf er zelfs op dat je een rustmoment inplant om daarna weer efficiënter verder te kunnen.
Daar kun je best om glimlachen. Zelfs ontspannen moet soms nog iets opleveren.
Vertragen gaat niet over alles langzaam doen. Het betekent dat je af en toe werkelijk aanwezig bent bij wat je doet, bijvoorbeeld wanneer je een gesprek voert zonder ondertussen je volgende antwoord voor te bereiden. De haast verdwijnt daarmee niet uit je leven, maar je hoeft haar ook niet voortdurend vanbinnen mee te dragen.
4. Ze nemen een pauze voordat spanning hun antwoord bepaalt
Een collega merkt tijdens een overleg op dat jouw voorstel nog niet helemaal doordacht lijkt. Je voelt onmiddellijk weerstand. Je wilt uitleggen hoeveel tijd je erin hebt gestoken, waar de ander het verkeerd ziet en waarom zijn opmerking weinig recht doet aan je werk.
Misschien heb je een goed punt. Maar hoe zou het zijn als je eerst even vraagt wat hij precies bedoelt?
Een korte pauze geeft je de gelegenheid om te onderscheiden wat er gezegd is van wat je er zelf al over hebt geconcludeerd. Je kunt de spanning voelen en toch nieuwsgierig blijven. Soms blijkt de kritiek bruikbaar, soms is ze onterecht en soms praten jullie eenvoudig langs elkaar heen.
Je vertraagt hier niet je hele dag, maar alleen je reactie op een gevoelig moment. Juist die korte pauze kan voorkomen dat je vanuit je eerste oordeel handelt.
5. Ze blijven vriendelijk, ook wanneer ze duidelijk moeten zijn
Het is niet zo moeilijk om vriendelijk te zijn wanneer iemand aardig tegen je doet. Maar stel dat je een verzoek krijgt waar je geen tijd voor hebt. Je merkt dat je eigenlijk nee wilt zeggen, terwijl je bang bent de ander teleur te stellen.
Dan kun je vriendelijk blijven zonder jezelf toch weer vast te leggen. Je kunt aangeven wat wel mogelijk is, ook als de ander daar niet blij mee is. Vriendelijkheid betekent immers niet dat iedereen tevreden moet zijn met jouw antwoord.
Ook wanneer iemand kortaf reageert, kun je proberen te horen wat er werkelijk gezegd wordt voordat je terugsnauwt. Misschien blijkt de ander zelf gespannen, misschien is er iets om te bespreken en soms is een grens nodig.
Zo wordt optimisme ook zichtbaar in hoe je met mensen omgaat: niet doordat je altijd het goede in de ander veronderstelt, maar doordat je meer dan één mogelijke reactie openhoudt.
6. Ze nemen hun lichaam serieus, zonder van zelfzorg een wedstrijd te maken
Wie moe is of al weken weinig rust heeft, merkt soms hoe snel alles tegen begint te staan. Een opmerking komt harder binnen, een probleem lijkt groter en het geduld dat je normaal hebt, is ineens opvallend schaars.
Dan is het verleidelijk jezelf nog eens streng toe te spreken. Niet zo negatief doen. Gewoon doorgaan. Terwijl het misschien verstandiger is om te erkennen dat je werkelijk moe bent.
Goed slapen, regelmatig eten, bewegen en voldoende herstellen zijn geen garanties voor een goed humeur. Maar ze vormen wel een belangrijke basis om met de gewone moeilijkheden van het leven om te gaan. Een fietstocht of rustige avond hoeft je niet onmiddellijk beter te maken. Het mag ook gewoon prettig zijn.
En er zijn momenten waarop je met alle goede zorgen voor jezelf toch verdrietig of gespannen blijft. Dat maakt die zorg niet zinloos en jouw gevoel niet verkeerd.
7. Ze luisteren naar kritiek zonder zichzelf meteen af te wijzen
Je hebt een gesprek gehad waarin negen dingen goed gingen en één opmerking minder prettig was. Wat neem je mee naar huis? Grote kans dat juist die ene opmerking tijdens het koken nog eens voorbijkomt, onder de douche terugkeert en zich bij het naar bed gaan opnieuw meldt.
Het bijzondere is dat de ander misschien alleen iets over een onderdeel van je werk zei. Maar jij hoort er gaandeweg meer in: Ik doe het niet goed genoeg. Ze zullen wel twijfelen aan mij. Zo wordt feedback over iets wat je deed een oordeel over wie je bent.
In Constructieve feedback: horen wat helpt zonder jezelf te verliezen ga ik dieper in op dat verschil. Je kunt onderzoeken welke informatie de ander je geeft, zonder iedere conclusie die je hoofd eraan verbindt over te nemen. Een opmerking kan terecht zijn, deels kloppen of eenvoudig niet bij jou passen.
Optimisme is hier de bereidheid om iets te leren zonder jezelf daarvoor eerst klein te maken. Dat vraagt soms meer moed dan onmiddellijk in de verdediging schieten.
8. Ze beginnen hun dag met aandacht, niet met de opdracht vrolijk te zijn
Soms bepaalt je telefoon vóór het ontbijt al je stemming: een vervelend bericht, een mail die om antwoord vraagt, een vergeten afspraak.
Een andere gewoonte kan heel bescheiden zijn. Eerst je koffie drinken. Even bedenken waar je naar uitkijkt of wie vandaag aandacht verdient. Misschien wil je een paar minuten schrijven, wandelen of gewoon rustig wakker worden. Wat past, verschilt per mens en zelfs per ochtend.
Ook als je somber wakker wordt, kun je zo beginnen. Je hoeft je stemming niet te verbeteren voordat je de dag mag aangaan. Misschien is het voor vandaag al genoeg om jezelf minder op te jagen. Een bewuste start gaat niet over bepalen wat je zult voelen, maar over hoe je met jezelf wilt omgaan, óók wanneer je stemming niet meewerkt.
9. Ze blijven lachen en genieten, ook wanneer er nog zorgen zijn
Na een moeilijke week zit je met iemand aan tafel die iets vertelt waardoor je zo hard moet lachen dat je nauwelijks nog uit je woorden komt. Even ben je de zorgen vergeten.
Je problemen zijn daarmee niet opgelost. Maar dat lachmoment was echt. Het laat iets zien wat we in moeilijke periodes gemakkelijk kwijtraken: naast zorgen bestaat er ook nog een leven waarin je kunt genieten, verbonden zijn en plezier hebben.
Soms kan daar schuldgevoel bij komen. Mag ik eigenlijk wel lachen terwijl er zoveel speelt? Alsof verdriet minder oprecht wordt wanneer je tussendoor een fijne avond hebt. Maar beide kunnen naast elkaar bestaan. Je hoeft niets te vergeten om een moment werkelijk mee te maken.
Misschien is deze negende gewoonte daarom wel een van de mooiste. Ze verlangt niet dat je het leven voortdurend zonnig bekijkt. Ze laat je ervaren dat een donkere gedachte niet altijd het hele uitzicht hoeft te vullen.
Maak van optimisme geen tiende verplichting
Na negen gewoonten ligt een bekende valkuil op de loer. Je hebt gelezen wat kan helpen en denkt misschien: Daar moet ik dus beter op letten. Ik moet meer vertragen, vriendelijker reageren, bewuster opstaan en vaker lachen.
Voor je het weet, is positief zijn het volgende onderwerp geworden waarop je jezelf kunt afrekenen.
Maar stel dat je morgen helemaal niet optimistisch wakker wordt. Je bent moe, hebt zorgen en reageert wat kortaf op iemand van wie je houdt. Daarmee ben je niet gezakt voor een examen in positief leven. Je kunt later terugkomen op je reactie en opnieuw kiezen.
Misschien helpt het om niet te vragen hoeveel van de negen gewoonten je al beheerst. Kijk liever waar je jezelf herkent: in de kritiek die je blijft herhalen of in die glimlach die er toch ineens is.
Je hoeft niet te veranderen in iemand die overal de goede kant van ziet. Je mag bang zijn en twijfelen, zonder elke sombere gedachte tot waarheid te verheffen.
Dat brengt me terug bij die vriend die zei dat er vast iets beters op je pad zou komen. Misschien zeg je een paar dagen later tegen hem dat je nog steeds baalt. Misschien ben je ook alweer nieuwsgierig naar een nieuwe mogelijkheid. Of allebei.
Je hoeft niet minder eerlijk te worden over wat moeilijk is om meer ruimte te ervaren voor wat óók mogelijk blijft.
En jij? Waar loop jij steeds opnieuw tegenaan?
Misschien begrijp je heel goed wat er speelt. Maar toch blijven dezelfde gedachten, gevoelens of patronen terugkomen.
Wat blijf jij vasthouden?
Conclusie: je hoeft niet zeker te weten dat het goedkomt
Positief zijn begint niet bij het wegwerken van verdriet of de opdracht om iedere dag optimistisch te beginnen. Het begint wanneer je onderscheid leert maken tussen wat je werkelijk ervaart en het verhaal dat je hoofd daar vervolgens van maakt.
In de negen gewoonten krijgt die ruimte verschillende vormen. Ze helpen je aandacht bewuster te richten, je eigen tempo te bewaren, niet vanuit iedere eerste reactie te handelen en ook in moeilijke perioden contact, zorg en plezier toe te laten. Zonder garantie op een goede afloop, maar met meer vrijheid in hoe je ermee omgaat.
En soms ontdek je iets belangrijks: de gedachte dat het verkeerd zal aflopen, wilde je misschien beschermen tegen teleurstelling. Maar die bescherming hoeft niet langer te bepalen hoeveel je jezelf nog toestaat te hopen, te proberen en te beleven.
Je weet niet hoe het verdergaat. Dat is soms spannend. Maar het betekent ook dat nog niet alles vastligt.
Wat jij vasthoudt, houdt jou ook vast.
Verder ontdekken hoe optimisme ruimte geeft
Optimisme raakt aan meer dan positief denken. Het gaat ook over de manier waarop je onzekerheid tegemoettreedt, wat er naast tegenslag nog aandacht mag krijgen en hoe je met anderen omgaat wanneer het schuurt. Deze drie blogs verdiepen elk een andere kant van die beweging.
- Kiezen voor optimisme: ruimte houden voor wat nog mogelijk is
Wanneer je niet weet hoe iets afloopt, probeert je hoofd de open ruimte gemakkelijk te vullen met rampscenario’s. Deze blog gaat dieper in op waarom die zekerheid aantrekkelijk voelt en hoe je toch stappen kunt zetten zonder vooraf in succes te hoeven geloven. - Dankbaarheid in tijden van tegenslag: wat er óók nog is
Je hoeft niet dankbaar te zijn voor iets wat pijn doet. Toch kunnen gemis en waardering, verdriet en een mooi moment naast elkaar bestaan. Dit verhaal verkent hoe je oog kunt houden voor wat waardevol blijft zonder de werkelijkheid mooier te maken. - Vriendelijk blijven als het schuurt — kracht tonen zonder te verharden
Vriendelijkheid krijgt pas werkelijk betekenis wanneer het contact moeilijk wordt. Hoe blijf je duidelijk als iemand over je grens gaat, zonder jezelf weg te cijferen of de strijd aan te gaan? Deze blog onderzoekt wat dat vraagt van je reactie en je innerlijke ruimte.
Veelgestelde vragen over positief zijn en optimistische gewoonten
Is positief zijn hetzelfde als altijd vrolijk blijven? Nee. Je kunt boos, bang of verdrietig zijn en toch ruimte houden voor andere mogelijkheden. Optimisme vraagt niet dat je een moeilijk gevoel wegdrukt of er meteen een goede betekenis aan geeft.
Kun je optimistischer worden als je van nature veel piekert? Je kunt leren negatieve voorspellingen eerder op te merken en ze minder automatisch als feiten te behandelen. Dat maakt onzekerheid niet altijd gemakkelijk, maar kan helpen om ook andere uitkomsten en keuzes serieus te nemen.
Moet ik alle negen gewoonten toepassen om positiever te leven? Nee. Ze zijn geen afvinklijst of persoonlijk verbeterprogramma. Kijk welke gewoonten je al herkent en waar één andere reactie in een gewone situatie voor jou verschil zou maken.
Waarom blijf ik soms het slechtste verwachten terwijl ik dat niet wil? Een negatieve verwachting kan je het gevoel geven dat je beter voorbereid bent op afwijzing of teleurstelling. Ze lijkt je daarmee te beschermen, maar kan je ook afhouden van kansen en ervaringen die nog openliggen.
Hoe kan ik positief blijven wanneer er echt iets ergs gebeurt? Je hoeft op zo’n moment niet positief te blijven. Geef ruimte aan wat er is en zoek steun of rust wanneer je die nodig hebt. Later kun je misschien weer iets anders zien, zonder dat daarmee de ernst van wat er is gebeurd wordt ontkend.

