Diversiteit wordt pas werkelijk interessant wanneer iemand niet alleen anders ís, maar ook anders denkt, werkt, reageert of kiest dan jij vanzelfsprekend vindt. In deze blog gaat diversiteit daarom vooral over verschillen in kwaliteiten, perspectieven, temperament, werkstijl en manier van denken.
Juist daar kan iets gaan schuren. We houden zonder het te beseffen vast aan een verwachting over hoe samenwerking hoort te gaan, aan onze eigen werkwijze of aan het beeld dat we al van iemand hebben. Dat geeft houvast, maar kan er ook voor zorgen dat we minder goed luisteren en precies die kwaliteit missen die de ander toevoegt.
Ruimte ontstaat wanneer je eerder opmerkt wat verschil in jóu oproept. Niet om je eigen mening los te laten of alles goed te vinden, maar om onderscheid te maken tussen wat de ander werkelijk doet en wat jij daar al van hebt gemaakt.
Drie vragen om even bij stil te staan
- Wat gebeurt er in jou wanneer iemand iets heel anders aanpakt dan jij zou doen? → Misschien merk je niet alleen een mening, maar ook spanning, irritatie of de behoefte om bij te sturen.
- Welke verwachting over hoe iemand zou moeten denken, werken of reageren voelt voor jou bijna vanzelfsprekend? → Juist iets wat heel logisch voelt, kan ongemerkt bepalen hoeveel ruimte je werkelijk aan verschil geeft.
- Wat probeer je misschien te behouden wanneer je moeite hebt met een andere manier? → Onder jouw voorkeur kan behoefte aan duidelijkheid, controle, zekerheid of erkenning liggen.
Op het rugbyveld hoeft niemand hetzelfde te worden
Ik kijk graag naar rugby. En juist tijdens grote wedstrijden valt mij telkens iets op.
Bij een scrum zie je voorin enorme, krachtige spelers die met hun hele lichaam druk zetten. Even later krijgt een veel lichtere, snellere speler de bal en vliegt langs de zijlijn. Daarachter staat iemand die het spel overziet, richting geeft en in een fractie van een seconde moet beslissen wat er gebeurt.
Niemand kijkt naar een prop en denkt:
Jij zou eigenlijk wat meer op die winger moeten lijken.
Dat zou onzin zijn.
Een prop hoeft niet te kunnen wat een winger kan. Een winger hoeft niet gebouwd te zijn voor het werk van een prop. Een fly-half brengt weer iets anders dan iemand die voorin voortdurend de fysieke strijd aangaat.
Het verschil is geen lastig bijverschijnsel dat een coach moet zien weg te werken.
Het verschil is onderdeel van de kracht van het team.
Kracht, snelheid, overzicht, timing, lef, rust, techniek: geen van die kwaliteiten is op zichzelf voldoende.
Juist doordat spelers verschillend zijn, kunnen ze elkaar aanvullen.
“Een sterk geheel ontstaat niet doordat iedereen hetzelfde wordt, maar doordat verschil werkelijk mee mag doen.”
Op het rugbyveld is dat gemakkelijk te zien.
Buiten het veld wordt het ingewikkelder.
Want zodra verschil gaat over werktempo, communicatie, keuzes of ideeën, denken we niet meer zo snel:
Mooi, die ander brengt iets mee wat ik niet heb.
Dan kan er iets anders ontstaan:
Waarom doet hij dat nou zo?
Waarom ziet zij niet dat dit veel handiger kan?
Waarom kunnen we het niet gewoon op deze manier doen?
En precies daar wordt diversiteit persoonlijk.
Wanneer verschil buiten jou iets binnen jou raakt
Stel dat je met een paar collega’s aan een plan werkt.
Jij hebt je goed voorbereid. Je hebt nagedacht over de volgorde, ziet waar mogelijke problemen zitten en weet ongeveer hoe je verder wilt.
Tijdens het overleg komt een collega met een heel andere aanpak.
Hij denkt hardop. Springt van het ene idee naar het andere. Stelt iets ter discussie waarvan jij dacht dat jullie het allang hadden besloten.
Misschien merk je dat je kaken iets aanspannen.
Of dat je onrust voelt omdat het gesprek alle kanten op lijkt te gaan.
Nog voordat hij zijn gedachte helemaal heeft uitgelegd, verschijnt er iets in je hoofd:
Dit wordt weer zo’n chaos.
Misschien heb je gelijk.
Maar er is inmiddels wel iets gebeurd.
Je collega heeft iets gezegd. In jou ontstond een reactie. Vrijwel direct daarna heeft je hoofd daar betekenis aan gegeven.
Hij werkt chaotisch.
En dat kan snel nog een stap verder gaan:
Met hem kun je nooit efficiënt werken.
Vanaf dat moment luister je anders.
Niet meer alleen naar wat hij zegt, maar ook vanuit het beeld dat inmiddels van hem is ontstaan.
Misschien onderbreek je hem eerder. Leg je opnieuw uit waarom jullie oorspronkelijke plan beter is. Of luister je vooral om te bepalen waar zijn voorstel niet klopt.
Het bijzondere is dat je ondertussen oprecht kunt denken dat je alleen maar probeert het overleg goed te laten verlopen.
Daarom is verschil soms zo’n goede spiegel.
Niet alleen omdat je ontdekt wat de ander anders doet.
Maar omdat je ontdekt wat dat anders-zijn in jou wakker maakt.
Hoe snel je van waarnemen naar een conclusie gaat
Tijdens wandelingen gebruik ik soms een heel eenvoudig voorbeeld.
Ik leg een takje in iemands hand en vraag:
Wat voel je?
Bijna altijd krijg ik als antwoord:
Een takje.
Dat lijkt logisch. Er ligt ook een takje.
Maar kun je eigenlijk een takje voelen?
Je kunt voelen dat iets hard is. Ruw. Koud. Ribbelig. Misschien scherp op een bepaalde plek.
Een takje is al wat je hoofd van die gewaarwordingen heeft gemaakt.
Ons hoofd doet dat razendsnel. Het herkent, ordent en trekt een conclusie op basis van wat het al kent.
Hetzelfde gebeurt in contact met mensen.
Iemand praat weinig.
Hij is ongeïnteresseerd.
Iemand vraagt veel door.
Zij vertrouwt me blijkbaar niet.
Een collega bedenkt steeds nieuwe mogelijkheden.
Hij kan nooit gewoon een besluit nemen.
Iemand wil eerst rustig nadenken.
Ze houdt alles tegen.
Misschien blijken sommige van die inschattingen uiteindelijk te kloppen. Maar op het moment waarop ze ontstaan, heb je al een stap gezet van wat je waarneemt naar wat jij denkt dat het betekent.
In Het doolhof van sociale perceptie: wanneer jouw aannames bepalen wat je in de ander ziet verdiep ik dat verschil tussen waarnemen, interpreteren en aannemen. Juist in contact met mensen kan iets wat je hebt geïnterpreteerd ongemerkt gaan voelen als een feit.
En zodra jij denkt te weten wie de ander is, krijgt wat diegene daarna doet steeds minder kans om je beeld nog te veranderen.
De creatieve collega wordt chaotisch.
De zorgvuldige collega wordt traag.
De uitgesproken collega wordt dominant.
De stille collega wordt ongeïnteresseerd.
Zo kan diversiteit langzaam verdwijnen terwijl alle verschillende mensen nog gewoon aan tafel zitten.
Niet omdat het verschil weg is.
Maar omdat wij het verschil al hebben vastgezet in een oordeel.
“Je ziet niet alleen wie tegenover je zit. Je ziet die ander ook door wat jij inmiddels over hem bent gaan geloven.”
💡 Bij welke persoon merk jij dat je eigenlijk al denkt te weten hoe hij of zij is?
Niet het verschil geeft de meeste spanning
Er zit nog een diepere laag onder.
Niet het verschil zelf geeft namelijk altijd de meeste spanning.
Vaak ontstaat de spanning bij wat jij vindt dat de ander zou moeten zijn, doen of begrijpen.
Dat verschil is belangrijk.
Want zolang je alleen naar de ander kijkt, lijkt het probleem daar te zitten.
Hij is te chaotisch.
Zij beslist te langzaam.
Hij luistert niet.
Zij maakt alles ingewikkeld.
Maar wanneer je naar binnen kijkt, kan er iets anders zichtbaar worden:
Ik wil dat hij meer structuur aanbrengt.
Ik wil dat zij sneller beslist.
Ik wil dat hij mij begrijpt.
Ik wil dat zij het doet op een manier die voor mij logisch voelt.
En dan wordt een andere vraag mogelijk:
Hoeveel ruimte geef jij werkelijk aan verschil wanneer het niet binnen jouw eigen kader past?
Dat is ongemakkelijker dan zeggen dat diversiteit belangrijk is.
Maar ook eerlijker.
Waarom jouw eigen manier zo logisch kan voelen
Er is een reden waarom jouw manier zo vanzelfsprekend kan zijn.
Misschien houd je van structuur omdat je daardoor overzicht ervaart.
Misschien bereid je je goed voor omdat onverwachte veranderingen onrust geven.
Misschien beslis je graag snel omdat lang openhouden voelt alsof er niets gebeurt.
Of misschien wil jij juist alle mogelijkheden onderzoeken en ervaar je iemand die snel beslist als star.
Geen van die voorkeuren is op zichzelf verkeerd.
Ze kunnen zelfs één van je sterke kwaliteiten zijn.
Het wordt anders wanneer jouw manier niet langer alleen een manier is, maar ongemerkt de juiste manier wordt.
Dan verdedig je soms niet alleen een werkwijze.
Je verdedigt ook wat die werkwijze jou geeft.
Duidelijkheid.
Grip.
Tempo.
Kwaliteit.
Harmonie.
Misschien zelfs het gevoel dat jouw bijdrage ertoe doet.
Tegelijk probeer je vaak iets te vermijden: onzekerheid, controleverlies, vertraging, afwijzing of het ongemakkelijke besef dat een andere aanpak misschien óók kan werken.
Je houdt dan vast aan wat je houvast geeft en probeert tegelijk weg te blijven van wat onzeker, ongemakkelijk of bedreigend voelt.
Daardoor kan een andere manier veel meer spanning oproepen dan je op basis van het verschil alleen zou verwachten.
Dat betekent niet dat je voorkeur geen goede redenen kan hebben.
Wel dat het de moeite waard is om te onderzoeken:
Verdedig ik hier werkelijk de beste oplossing?
Of:
Probeer ik vooral te voorkomen dat ik even niet weet hoe het verdergaat?
De behoefte aan controle kan daarin een rol spelen. Controle geeft het gevoel dat je weet waar je aan toe bent, terwijl verschil juist iets onvoorspelbaars binnenbrengt. In Wat onderzoek laat zien over de drang naar controle bij onzekerheid Lees je meer over hoe die behoefte aan grip werkt en waarom zij juist extra spanning kan geven wanneer de werkelijkheid zich niet laat sturen.
Wat je verliest wanneer jouw maatstaf de enige wordt
Vasthouden aan je eigen manier heeft op korte termijn iets aantrekkelijks.
Je hoeft minder te twijfelen.
Je hoeft je minder te verplaatsen in een perspectief dat je niet vanzelf begrijpt.
Je kunt sneller bepalen wat goed, fout, handig of onhandig is.
Maar daar staat iets tegenover.
In een overleg luister je bijvoorbeeld nog wel naar de ander, maar vooral om te bepalen waar het voorstel niet klopt.
Thuis weet je al wat je partner gaat zeggen voordat de zin af is.
Een vriend vertelt hoe hij met iets omgaat en je denkt:
Dat zou ik dus echt heel anders doen.
Misschien zeg je niets.
Toch verandert er iets in het contact.
Nieuwsgierigheid maakt plaats voor vergelijking.
De ander wordt steeds vaker bekeken langs jouw meetlat.
Dat kost niet alleen de ander ruimte.
Het kost jou ook iets.
Je kunt je vaker ergeren aan gedrag waar je geen invloed op hebt. Meer energie kwijt zijn aan hoe iemand iets doet dan aan wat jullie samen proberen te bereiken. Gesprekken in gedachten opnieuw voeren. Proberen iemand mee te krijgen. Corrigeren. Controleren.
En ondertussen kan juist waardevolle informatie verloren gaan.
De collega die voortdurend vragen stelt, ontdekt misschien een risico dat iedereen over het hoofd had gezien.
Degene die langzaam beslist, ziet een consequentie waar snellere denkers aan voorbijgaan.
De medewerker die tegen de groep ingaat, kan irritant voelen en tegelijk degene zijn die voorkomt dat iedereen elkaar alleen nog bevestigt.
Dat betekent niet dat iedere afwijkende mening briljant is.
Diversiteit vraagt geen romantisering van verschil.
Sommige ideeën zijn minder goed. Sommige mensen werken slordig. Soms zijn afspraken nodig en moet iemand zich daaraan houden.
Maar de wezenlijke vraag blijft:
Kun je eerst werkelijk zien wat de ander inbrengt voordat je besluit wat je ervan vindt?
Of ligt je conclusie eigenlijk al klaar?
“Verschil krijgt pas een kans wanneer jouw eerste oordeel niet meteen het laatste woord krijgt.”
Ruimte ontstaat voordat je reageert
Je collega komt opnieuw met een afwijkend voorstel.
Je merkt irritatie.
Misschien voel je spanning in je buik of merk je hoe je aandacht meteen naar bezwaren schiet.
Op dat moment hoef je je mening niet los te laten.
Je hoeft het voorstel zelfs niet goed te vinden.
Je hoeft alleen op te merken wat er gebeurt.
Daar ontstaat iets wat er een seconde eerder nauwelijks was.
Ruimte.
Niet veel.
Misschien maar genoeg om te merken:
Ik ben dit al aan het afwijzen voordat ik het helemaal heb gehoord.
Dat kleine moment verandert de situatie.
Je kunt nog steeds zeggen dat je het er niet mee eens bent.
Maar je kunt ook eerst vragen:
Hoe zie jij dat voor je?
Of:
Wat zie jij hierin wat wij nu misschien missen?
Je stelt je oordeel even uit omdat je wilt weten of er informatie is die je nog niet hebt.
Precies daar ligt de ruimte tussen prikkel en reactie.
Er gebeurt iets.
Je voelt iets.
Je hoofd trekt een conclusie.
Maar je hoeft die conclusie niet automatisch te volgen.
💡 Kun jij het moment herkennen waarop verschil verandert van iets wat je waarneemt in iets waartegen je je begint te verzetten?
Misschien blijkt na drie minuten luisteren dat jouw oorspronkelijke bezwaar volledig overeind blijft.
Prima.
Dan is er alleen iets veranderd in hoe je tot dat oordeel bent gekomen.
Je hebt niet gereageerd op het beeld dat al in je hoofd klaarstond.
Je hebt eerst gekeken.
Dat is voor mij een volwassen vorm van loslaten.
Niet je normen loslaten.
Niet je ervaring negeren.
Niet overal in meegaan.
Wel de greep ontspannen op het idee dat jouw eerste manier van kijken automatisch de volledige werkelijkheid bevat.
Waardering betekent niet dat je hetzelfde hoeft te willen
Soms wordt waardering voor diversiteit bijna een opdracht.
We moeten verschillen vieren.
We moeten openstaan voor ieder perspectief.
Maar zo eenvoudig werkt het leven niet.
Je zult mensen tegenkomen met wie je nauwelijks aansluiting voelt. Collega’s van wie de werkwijze niet bij die van jou past. Mensen met opvattingen waar je het fundamenteel mee oneens bent.
Waardering betekent niet dat je dat verschil moet wegpoetsen.
Het betekent ook niet dat je geen grenzen mag stellen.
Op het rugbyveld wordt een speler evenmin gewaardeerd doordat iedereen hem alles laat doen wat hij wil. Er zijn afspraken, posities, verantwoordelijkheden en een gezamenlijk doel.
Juist binnen die duidelijkheid kan verschil kracht krijgen.
Dat geldt buiten het veld ook.
Je kunt zeggen:
Ik zie dat jij hier heel anders naar kijkt.
zonder te zeggen:
Dus jij hebt gelijk.
Je kunt erkennen dat iemand iets goed kan wat jou minder natuurlijk afgaat zonder dezelfde persoon op ieder terrein sterk te hoeven vinden.
En je kunt een grens stellen zonder de hele mens achter het gedrag af te wijzen.
Daar krijgt waardering meer betekenis dan een compliment.
Een compliment zegt bijvoorbeeld:
Wat heb je dat goed gedaan.
Waardering kan iets diepers bevatten:
Jij brengt hier iets wat ik zelf niet vanzelf zou hebben gezien.
Dat vraagt soms meer van je.
Vooral wanneer die kwaliteit eerst precies datgene is waaraan jij je ergert.
De snelle beslisser kan je helpen bewegen.
De bedachtzame collega kan voorkomen dat je te snel gaat.
De kritische collega kan iets aanscherpen.
De ideeënmaker kan mogelijkheden openen die jij vanuit je structuur niet had gezien.
En andersom heeft die ander jou misschien net zo hard nodig.
Dan gaat diversiteit niet meer over aardig vinden dat mensen verschillen.
Dan gaat het over samenwerken zonder eerst van de ander een versie van jezelf te hoeven maken.
Misschien raakt dit precies aan wat jij al langer meedraagt.
Niet omdat je het niet begrijpt.
Maar omdat het nog iets met je doet.
Wat je vasthoudt, werkt vaak langer door dan je denkt.
Loslaten begint met stilstaan bij wat er vanbinnen om aandacht vraagt.
Samen kijken wat jou vasthoudt →
Eerst rustig verder lezen? Lees wat loslaten echt betekent .
Conclusie: Wanneer verschil niet langer hoeft te bedreigen
Misschien is dat uiteindelijk wat rugby mij hierin blijft laten zien.
Een team wordt niet sterker doordat verschillen verdwijnen.
Het wordt sterker wanneer spelers weten wat ze zelf brengen, zien wat de ander toevoegt en samen kunnen bewegen richting iets wat groter is dan hun individuele voorkeur.
Buiten het rugbyveld zijn die rollen minder zichtbaar.
Dus moeten we het zelf leren zien.
Bij het moment waarop iemand iets doet wat jij niet begrijpt.
Bij de irritatie wanneer een collega anders werkt.
Bij het oordeel dat al klaarstaat.
Bij de spanning wanneer jij niet meer volledig bepaalt hoe iets verdergaat.
Daar kun je even stilstaan.
Wat doet de ander werkelijk?
Wat voel ik?
En wat heb ik daar inmiddels van gemaakt?
Misschien ontdek je vervolgens dat jouw eerste oordeel gewoon klopte.
Maar misschien ook niet.
Misschien zie je ineens dat wat jij als lastig ervoer, juist een kwaliteit bevat die jij zelf niet vanzelf meebrengt.
En misschien verandert dan niet eens de ander.
Alleen jouw verhouding tot het verschil.
Dat is vaak al genoeg.
Want zodra je niet meer hoeft vast te houden aan de gedachte dat het alleen goed kan gaan wanneer anderen denken, werken of reageren zoals jij, ontstaat er iets wat uniformiteit nooit kan geven:
ruimte om elkaar werkelijk aan te vullen.
Wat jij vasthoudt, houdt jou ook vast.
Verder lezen over verschil, luisteren en ruimte voor de ander
Wanneer je beter gaat zien wat verschil in jou oproept, worden ook andere patronen zichtbaar: hoe snel je één manier vanzelfsprekend vindt, hoeveel je werkelijk hoort van iemand die anders denkt en wanneer een oordeel verandert in een vast beeld van de ander.
- Het geschenk van tegenstellingen: hoe contrast ruimte geeft om te kiezen
Tegenstellingen hoeven niet opgelost te worden; juist het verschil kan zichtbaar maken dat er meer dan één mogelijke reactie bestaat. - Van praten naar echt luisteren – hoe vragen stellen de weg opent naar verbinding
Werkelijk luisteren begint waar je niet langer alleen reageert op wat jij denkt dat de ander bedoelt. - Oordelen versus veroordelen: wanneer je iemand vastzet in je beeld
Een oordeel kan richting geven, maar zodra gedrag verandert in een etiket over wie iemand ís, verdwijnt de ruimte om opnieuw te kijken.
Veelgestelde vragen over diversiteit, verschil en samenwerking
Waarom kan iemand die anders denkt zoveel irritatie oproepen? Omdat verschil niet alleen iets van de ander laat zien, maar ook raakt aan jouw verwachtingen, voorkeuren of behoefte aan duidelijkheid. Vooral wanneer jouw manier vertrouwd voelt, kan een andere aanpak onrust oproepen voordat je inhoudelijk hebt bepaald wat je ervan vindt.
Hoe kan ik opener staan voor een andere mening zonder mezelf kwijt te raken? Door luisteren en instemmen van elkaar te onderscheiden. Je kunt eerst werkelijk proberen te begrijpen wat iemand bedoelt en daarna nog steeds bij je eigen mening, grens of keuze blijven.
Wat kan ik doen als ik merk dat ik een collega al heb vastgezet in een oordeel? Breng je oordeel terug naar concreet gedrag: wat doet diegene werkelijk en wat heb jij daarover geconcludeerd? Dat onderscheid geeft ruimte om opnieuw te kijken zonder eerdere ervaringen te ontkennen.
Betekent diversiteit dat iedere manier van werken even goed is? Nee. Verschillen kunnen waarde toevoegen, maar samenwerking vraagt ook afspraken, kwaliteit en verantwoordelijkheid. Ruimte geven aan een andere aanpak betekent niet dat je geen duidelijke eisen of grenzen meer mag stellen.
Wat heeft loslaten met diversiteit te maken? Loslaten betekent hier niet dat je jouw overtuigingen of normen moet opgeven. Het betekent dat je de greep kunt ontspannen op het idee dat jouw eerste interpretatie, voorkeur of manier automatisch de enige juiste is.

