Aannames en overtuigingen kleuren voor een groot deel hoe je kijkt, voelt en reageert. Ze helpen je om snel betekenis te geven aan wat er gebeurt, maar kunnen er ook voor zorgen dat je vooral ziet wat past bij wat je al gelooft. Daardoor sturen ze je denken en gedrag vaak sterker dan je doorhebt.
Onderzoek laat zien dat aannames ontstaan uit snelle denkprocessen, herhaling en emotionele ervaringen. Wanneer zulke aannames vaak genoeg bevestigd lijken te worden, kunnen ze uitgroeien tot overtuigingen die diep doorwerken in hoe je kijkt, kiest en leeft.
Waarom aannames en overtuigingen zo veel invloed hebben
Veel mensen denken dat ze vooral reageren op wat er gebeurt. In de praktijk reageren ze vaak ook op wat ze al zijn gaan geloven over zichzelf, over anderen en over hoe de wereld werkt.
Daardoor kijk je nooit helemaal neutraal. Je ziet, filtert en beoordeelt vanuit een bepaalde binnenkant. Dat helpt soms om snel te reageren, maar het kan ook maken dat je vasthoudt aan iets wat allang niet meer klopt.
Aannames en overtuigingen zijn daarom niet zomaar gedachten. Ze kleuren vaak al wat je ziet voordat je goed hebt gekeken.
Wat zijn aannames en overtuigingen precies?
Aannames zijn snelle conclusies die je trekt zonder dat je alle informatie hebt. Ze ontstaan vaak automatisch. Je ziet iets, voelt iets of hoort iets, en je brein maakt daar meteen een betekenis van.
Overtuigingen gaan een stap verder. Het zijn ideeën die je als waar bent gaan beschouwen. Ze kunnen ontstaan uit aannames, eerdere ervaringen, wat je hebt geleerd en de betekenis die je daaraan geeft.
Het verschil zit dus niet alleen in inhoud, maar ook in stevigheid. Een aanname kan nog losser zijn. Een overtuiging zit vaak dieper en stuurt daardoor sterker hoe je kijkt, kiest en reageert.
Wat laat onderzoek zien (Princeton University, 2002, over snel denken en automatische oordelen)?
Onderzoek van Daniel Kahneman en Shane Frederick laat zien dat mensen bij ingewikkelde vragen vaak ongemerkt een eenvoudiger vraag beantwoorden. Zo komen ze snel tot een oordeel zonder alle beschikbare informatie zorgvuldig af te wegen. Die manier van denken helpt om snel te reageren, maar kan ook tot verkeerde conclusies leiden.
Wetenschappelijke publicatie: Kahneman en Frederick (2002)
Wat dit betekent: Niet alles wat snel logisch voelt, klopt ook.
Hoe ontstaan aannames?
Aannames ontstaan vaak uit eerdere ervaringen, herhaling en de behoefte om snel overzicht te houden. Je brein probeert de wereld hanteerbaar te maken en gebruikt daarvoor bekende patronen. Dat is op zichzelf niet vreemd. Zonder die snelle ordening zou het dagelijks leven veel zwaarder voelen.
Toch zit daar ook een risico in. Je vult gemakkelijk iets in op basis van wat je eerder hebt meegemaakt of wat je al verwachtte. Daardoor kijk je niet alleen naar wat er nu gebeurt, maar ook naar wat je brein herkent van eerder.
Dat zie je bijvoorbeeld wanneer je iemand voor het eerst ontmoet en direct een beeld vormt. Of wanneer je na één teleurstelling al gaat aannemen dat iets toch niet voor jou is. Zo ontstaan veel aannames zonder dat je daar bewust voor kiest.
Wat laat onderzoek zien (Tversky en Kahneman, 1973, over de beschikbaarheidsheuristiek)?
Onderzoek van Amos Tversky en Daniel Kahneman laat zien dat mensen de kans op gebeurtenissen vaak inschatten op basis van hoe gemakkelijk voorbeelden in hun gedachten opkomen. Informatie die je snel kunt herinneren, krijgt daardoor soms meer gewicht dan terecht is. Dat kan ertoe leiden dat je iets waarschijnlijker of belangrijker vindt dan het werkelijk is.
Wetenschappelijke publicatie: Tversky en Kahneman (1973)
Wat dit betekent: Wat het snelst in je opkomt, hoeft niet het meest waarschijnlijk of belangrijk te zijn.
Waarom aannames kunnen verharden tot overtuigingen
Een aanname wordt vaak sterker wanneer die vaak terugkomt of emotioneel geladen raakt. Hoe vaker je dezelfde conclusie trekt, hoe vertrouwder die gaat voelen. En hoe vertrouwder iets voelt, hoe eerder je het als waarheid gaat behandelen.
Daarbij speelt ook mee dat mensen vaak sneller informatie opmerken die past bij wat ze al geloven. Wat niet past, valt minder op of wordt makkelijker weggeduwd. Zo wordt een overtuiging van binnen steeds steviger, ook als die niet volledig klopt.
Dat maakt overtuigingen zo invloedrijk. Ze voelen niet meer als een gedachte, maar als werkelijkheid.
Wat laat onderzoek zien (Hart e.a., 2009, over het bevestigen van bestaande overtuigingen)?
Een Amerikaanse meta-analyse laat zien dat mensen gemiddeld liever informatie kiezen die aansluit bij wat ze al geloven dan informatie die hun overtuigingen tegenspreekt. De onderzoekers vonden dat deze voorkeur sterker of zwakker kan worden afhankelijk van hoe belangrijk een overtuiging voor iemand is en hoe graag diegene tot een juist oordeel wil komen. Daardoor kunnen bestaande opvattingen gemakkelijker bevestigd blijven, terwijl tegenstrijdige informatie minder aandacht krijgt.
Wetenschappelijke publicatie: Hart e.a. (2009)
Wat dit betekent: Als je vooral ziet wat je al gelooft, krijgt een overtuiging minder ruimte om te veranderen.
Hoe herken je dit in het dagelijks leven?
Aannames en overtuigingen laten zich vaak zien in gewone momenten. Je denkt dat iemand je afwijst, terwijl je het niet zeker weet. Je gaat ervan uit dat iets mis zal lopen, nog voordat je begonnen bent. Of je blijft vasthouden aan het idee dat je nu eenmaal zo bent.
Ook in relaties, werk en keuzes spelen ze mee. Je hoort vooral kritiek, terwijl er ook iets anders gezegd werd. Je trekt je terug omdat je aanneemt dat het toch geen zin heeft. Of je houdt vast aan een oud beeld van jezelf, terwijl je allang anders aan het worden bent.
Vaak voelt dat niet als invullen. Het voelt als logisch, realistisch of verstandig. Juist daarom blijven zulke patronen vaak lang op hun plek.
Wat laat onderzoek zien (Edward Thorndike, 1920, over het halo-effect)?
De Amerikaanse psycholoog Edward Thorndike ontdekte dat beoordelingen van verschillende eigenschappen van een persoon elkaar kunnen beïnvloeden. Wanneer iemand een algemeen positief of negatief beeld van een ander heeft, kan dat ook de beoordeling van afzonderlijke eigenschappen kleuren. Daardoor ontstaat gemakkelijk een oordeel waarin niet ieder kenmerk meer op zichzelf wordt bekeken.
Wetenschappelijke publicatie: Thorndike (1920)
Wat dit betekent: Eén sterke indruk kan kleuren hoe je iemands andere eigenschappen beoordeelt.
Wat gebeurt er vanbinnen als overtuigingen je gaan sturen?
Wanneer een overtuiging sterk is, beïnvloedt die niet alleen wat je denkt, maar ook wat je voelt en doet. Je aandacht gaat vanzelf meer naar wat je overtuiging bevestigt. Wat daar niet bij past, krijgt minder ruimte.
Daardoor worden sommige reacties steeds vanzelfsprekender. Je reageert sneller op dezelfde manier, verwacht steeds meer hetzelfde en blijft makkelijker binnen een vertrouwd beeld.
Emoties spelen daarin een grote rol. Wat je raakt, onthoud je vaak sterker. Daardoor kunnen overtuigingen die verbonden zijn met angst, schaamte, afwijzing of succes zich extra diep vastzetten.
Wat laat onderzoek zien (University College London, 2010, over herhaling en automatisch gedrag)?
Onderzoek van University College London laat zien dat gedrag door herhaling steeds automatischer kan worden. Deelnemers herhaalden gedurende twaalf weken een zelfgekozen handeling in een vaste dagelijkse situatie. De onderzoekers zagen dat de automatische uitvoering van dat gedrag bij veel deelnemers geleidelijk toenam. Herhaling binnen een herkenbare context kan er dus voor zorgen dat bepaald gedrag gemakkelijker vanzelf gaat.
Wetenschappelijke publicatie: Lally e.a. (2010)
Wat dit betekent: Wat je regelmatig op dezelfde manier doet, kan steeds vanzelfsprekender worden.
Wat laat onderzoek zien (Universiteit van Amsterdam, 2009, over emoties en sociale beïnvloeding)?
Onderzoek van Gerben van Kleef aan de Universiteit van Amsterdam laat zien dat emotionele uitingen van anderen belangrijke informatie kunnen geven in sociale situaties. Een boze, blije of teleurgestelde reactie kan invloed hebben op wat je over de ander denkt en hoe je zelf reageert. Welke betekenis je eraan geeft, hangt onder meer af van de situatie en hoe je de emotie interpreteert.
Wetenschappelijke publicatie: Van Kleef (2009)
Wat dit betekent: Wat iemand uitstraalt, beïnvloedt soms je oordeel voordat je precies weet wat diegene bedoelt.
Waarom overtuigingen je keuzes en gedrag zo sterk beïnvloeden
Overtuigingen sturen niet alleen hoe je kijkt, maar ook hoe je kiest. Als je gelooft dat iets toch niet zal lukken, is de kans groter dat je het minder probeert. Als je overtuigd bent dat anderen niet te vertrouwen zijn, ga je je anders gedragen in contact.
Daardoor beïnvloeden overtuigingen vaak meer dan alleen je gedachten. Ze werken door in relaties, in werk, in hoe je omgaat met spanning en in wat je wel of niet van jezelf verwacht.
Dat maakt ze ook zo lastig om te veranderen. Want zodra een overtuiging je gedrag gaat sturen, lijkt dat gedrag de overtuiging vaak weer te bevestigen.
Wat laat onderzoek zien (Leon Festinger, 1957, over cognitieve dissonantie)?
Psycholoog Leon Festinger beschreef hoe mensen spanning kunnen ervaren wanneer hun overtuigingen, gedrag of nieuwe informatie niet met elkaar overeenkomen. Om die spanning te verminderen, kunnen mensen hun gedrag aanpassen, maar ook hun overtuigingen beschermen of tegenstrijdige informatie anders uitleggen. Daardoor wordt een bestaande overtuiging niet altijd losgelaten wanneer er informatie verschijnt die ermee botst.
Wetenschappelijke publicatie: Festinger (1957)
Wat dit betekent: Nieuwe informatie verandert een overtuiging niet vanzelf, zeker niet wanneer die overtuiging belangrijk voor je is.
Wat laat onderzoek zien (Rijksuniversiteit Groningen, 2018, over overtuigingen en keuzes)?
Onderzoek waaraan Linda Steg van de Rijksuniversiteit Groningen meewerkte, laat zien dat persoonlijke waarden en overtuigingen samenhangen met hoe mensen naar hun gedrag en verantwoordelijkheden kijken. In een onderzoek naar autogebruik in Japan bleken milieugerichte waarden samen te hangen met sterkere overtuigingen over de gevolgen van autorijden en een groter gevoel van persoonlijke verantwoordelijkheid. Ook onderzochten de wetenschappers hoe deze overtuigingen verband hielden met de aanvaardbaarheid van mobiliteitsbeleid.
Wetenschappelijke publicatie: Hiratsuka e.a. (2018)
Wat dit betekent: Wat je belangrijk vindt en gelooft, hangt samen met de keuzes die je overweegt en de verantwoordelijkheid die je voelt.
Wat helpt in de praktijk?
Een eerste stap is om je aannames en overtuigingen concreter te maken. Zolang ze vaag blijven, sturen ze veel. Zodra je ze onder woorden brengt, ontstaat er meer afstand. Dan kun je bijvoorbeeld merken: ik neem aan dat dit zo is, maar weet ik dat eigenlijk zeker?
Ook helpt het om te kijken waar een overtuiging vandaan komt. Is die gebaseerd op wat er nu gebeurt, of op iets ouds dat nog steeds meespeelt? Alleen die vraag kan al ruimte geven.
Daarnaast helpt het om actief ruimte te maken voor wat niet past bij je bestaande beeld. Niet om jezelf tegen te spreken om het tegenspreken, maar om eerlijker te kijken. Wat zie je nog niet? Wat laat je weg? Wat zou ook waar kunnen zijn?
Verder helpt het om minder snel samen te vallen met wat je denkt. Een overtuiging voelt vaak als waarheid, maar blijft een manier van kijken. Juist daar ontstaat meer ruimte.
Wat laat onderzoek zien (Radboud Universiteit en Universiteit Utrecht, 2010, over automatische processen)?
Een wetenschappelijke review van Ap Dijksterhuis en Henk Aarts laat zien dat doelen en aandacht invloed kunnen hebben op gedrag zonder dat mensen zich voortdurend bewust zijn van die processen. De onderzoekers beschrijven hoe bepaalde vormen van leren, informatieverwerking en gedragssturing buiten het bewuste denken kunnen verlopen. Dat maakt duidelijk dat niet alles wat je denkt of doet voortkomt uit een bewuste afweging.
Wetenschappelijke publicatie: Dijksterhuis en Aarts (2010)
Wat dit betekent: Omdat niet iedere gedachte bewust ontstaat, kan het helpen om je eerste conclusie niet meteen als waarheid te behandelen.
Conclusie
Aannames en overtuigingen vormen vaak de lens waardoor je naar de werkelijkheid kijkt. Ze helpen om snel betekenis te geven, maar kunnen ook maken dat je blijft vasthouden aan beelden die je blik vernauwen.
Hoe sterker zo’n patroon vaststaat, hoe makkelijker het je denken, voelen en kiezen gaat sturen. Daardoor leef je soms niet alleen vanuit wat er nu gebeurt, maar ook vanuit wat je bent gaan geloven.
Meer vrijheid begint daarom vaak niet bij anders denken, maar bij beter zien wat je al te lang voor waar houdt.
Lees in het blog ‘Waarom houden we vast aan Oude Patronen die ons Hinderen?’ hoe oude gedragspatronen ontstaan, waarom verandering soms zo lastig is en wat je helpt om ze los te laten.

