Wat teken jij?

Wat teken jij?

Dat vraagt de juf aan ‘t meisje.

Het meisje in de klas was druk aan ’t tekenen.

De Juf had dat gezien.

En was naar haar toegelopen.

Ze keek naar de tekening.

En vroeg het meisje: “Wat teken jij ?”

Het meisje antwoordde: “GOD”.

Waarop Juf antwoordde:

 “Maar niemand weet toch hoe GOD eruit ziet?”

Waarop het meisje antwoordde: “Maar nu wel.”

Een prachtig inzicht hoe wij tegen dingen aan kunnen kijken.

Waar de één in mogelijkheden denkt.

Denkt de ander in onmogelijkheden. 

Of misschien anders gezegd: Wie iets wil zoekt naar mogelijkheden.

Wie niet veelal, een reden waarom het niet kan. 

Beiden hebben gelijk.

Het is maar net hoe je wil kijken.

Wat teken jij?

Wat teken jij?

Dat vraagt de juf aan ‘t meisje.

Het meisje in de klas was druk aan ’t tekenen.

De Juf had dat gezien.

En was naar haar toegelopen.

Ze keek naar de tekening.

En vroeg het meisje: “Wat teken jij ?”

Het meisje antwoordde: “GOD”.

Waarop Juf antwoordde:

 “Maar niemand weet toch hoe GOD eruit ziet?”

Waarop het meisje antwoordde: “Maar nu wel.”

Een prachtig inzicht hoe wij tegen dingen aan kunnen kijken.

Waar de één in mogelijkheden denkt.

Denkt de ander in onmogelijkheden. 

Of misschien anders gezegd: Wie iets wil zoekt naar mogelijkheden.

Wie niet veelal, een reden waarom het niet kan. 

Beiden hebben gelijk.

Het is maar net hoe je wil kijken.