Je ging naar kantoor omdat je werk daar nu eenmaal plaatsvond. Je agenda zat vol omdat er altijd wel iets te doen was. Tot de coronapandemie en de lockdowns kwamen. Kantoren gingen dicht, afspraken vielen weg en ons gewone leven veranderde ingrijpend. Sommige dingen die jarenlang onmogelijk leken, bleken ineens toch te kunnen. Maar zodra het gewone leven terugkwam, keerden ook veel oude gewoonten terug.
De coronaperiode maakte zichtbaar hoeveel invloed aannames en overtuigingen hebben op hoe we werken, onze tijd indelen en met anderen omgaan. Niet iedereen kreeg daardoor nieuwe mogelijkheden. Voor veel mensen bracht die periode juist verlies, eenzaamheid en onzekerheid. Toch blijft één vraag opmerkelijk: waarom houden we vast aan vertrouwde patronen wanneer we zelf hebben ervaren dat het anders kan?
Loslaten van beperkende aannames begint niet met alles veranderen. Het begint wanneer je onderzoekt welke overtuiging je voor waar houdt, wat die je oplevert en waarom je eraan blijft vasthouden. Dan kun je bewust kiezen wat je wilt behouden — en wat niet langer vanzelfsprekend hoeft te zijn.
Drie vragen om even bij stil te staan
- Wat bleek tijdens de coronaperiode mogelijk, terwijl je daarvoor dacht dat het niet kon? → Denk aan een andere manier van werken, contact houden of je tijd indelen die je eerder nauwelijks had overwogen.
- Welke oude gewoonte kwam na de lockdowns ongemerkt terug? → Misschien koos je er bewust opnieuw voor, maar misschien volgde je simpelweg het ritme dat iedereen weer oppakte.
- Wat ontdekte je toen over jezelf dat je vandaag uit het oog bent verloren? → Een ervaring hoeft niet prettig te zijn geweest om je iets te laten zien over wat je nodig hebt of belangrijk vindt.
Toen ons gewone leven opeens niet meer gewoon was
Herinner je die eerste weken nog? Afspraken werden afgezegd, scholen gingen dicht en bij familie op bezoek gaan was ineens niet meer vanzelfsprekend. Wat eerst deel uitmaakte van een gewone dag, moest opnieuw worden georganiseerd.
Stel je die maandagochtend voor. Je laptop staat tussen de ontbijtborden. Een kind vraagt om hulp bij het schoolwerk en je partner zoekt een rustige plek voor een online vergadering. Ondertussen probeer je te begrijpen hoelang dit zal duren.
Tot dan toe verliepen je dagen volgens een vast patroon. Je wist wanneer je naar je werk ging, hoe je overlegde en waar je in het weekend naartoe kon. Je stond er zelden bij stil hoeveel rust die voorspelbaarheid gaf.
De beperkingen maakten die zekerheid plotseling kwetsbaar. Dat riep onrust op, en die was niet zomaar een gedachte die je kon wegredeneren. Mensen maakten zich zorgen over hun gezondheid, inkomen en dierbaren.
Tegelijkertijd kwamen er vragen naar boven die we eerder nauwelijks stelden. Waarom moeten we voor ieder overleg bij elkaar zitten? Waarom plannen we onze vrije tijd zo vol? Welke afspraken zijn werkelijk noodzakelijk, en welke zijn zo gewoon geworden dat we er niet meer over nadenken?
Wat jarenlang niet kon, bleek soms ineens mogelijk
Thuiswerken is daar een duidelijk voorbeeld van. Voor corona reisden veel mensen elke dag naar kantoor. Overleggen deed je in vergaderruimtes en leidinggevenden wilden hun medewerkers kunnen spreken of zien. Als iemand vaker thuis wilde werken, volgden geregeld bezwaren: de samenwerking zou eronder lijden of het werk zou moeilijker te overzien zijn.
Toen de lockdowns begonnen, moesten veel organisaties alsnog op afstand samenwerken. Vergaderingen verhuisden naar beeldschermen en collega’s leerden digitaal overleggen. Niet omdat iedereen daar vrijwillig voor koos, maar omdat de omstandigheden weinig alternatieven lieten.
Dat ging niet overal goed. In sommige huizen ontbrak een rustige werkplek. Mensen misten hun collega’s. Bovendien was thuiswerken in de zorg, winkels of productie vaak onmogelijk.
Maar voor andere werkzaamheden bleek fysieke aanwezigheid minder noodzakelijk dan gedacht. Sommige mensen wonnen reistijd terug, ontdekten dat niet elke vergadering lang hoefde te duren of konden hun werkdag anders indelen.
Het interessante is niet dat thuiswerken dus altijd beter zou zijn. Het is dat een overtuiging werd getoetst aan een nieuwe ervaring. Zo doen we het nu eenmaal bleek niet hetzelfde als zo kan het alleen maar.
Lees meer over zulke vertrouwde ideeën in hoe aannames en overtuigingen onze kijk op de werkelijkheid kleuren.
“Wat we voor noodzakelijk houden, is soms vooral wat we gewend zijn geraakt.”
Niet iedereen kijkt op dezelfde manier op corona terug
Het zou onzorgvuldig zijn om van de coronaperiode een mooi verhaal over persoonlijke groei te maken. Voor veel mensen bracht die tijd verlies, eenzaamheid, gezondheidsproblemen of financiële zorgen. Ondernemers moesten hun zaak sluiten; mensen in de zorg bleven onder grote druk werken. Gezinnen die werk en thuisonderwijs moesten combineren, hadden soms nauwelijks tijd om op adem te komen.
Waar de één rust vond in minder afspraken, miste de ander juist de mensen die zijn dagen kleur gaven. Voor sommigen bracht thuiswerken vrijheid; anderen voelden zich opgesloten of geïsoleerd.
Die verschillen doen ertoe. Loslaten betekent niet dat je een pijnlijke ervaring achteraf positief moet maken. Niet alles heeft een verborgen voordeel en niet iedereen kreeg dezelfde mogelijkheden.
Toch kun je onderzoeken wat die periode voor jou zichtbaar heeft gemaakt. Misschien ontdekte je hoe belangrijk spontaan contact voor je is. Misschien zag je dat je agenda voller was dan je prettig vond. Of je merkte vooral hoeveel houvast een vast ritme je gaf.
Je hoeft die periode niet te waarderen om een inzicht dat je eraan overhield serieus te nemen.
Waarom houden we vast aan wat we altijd deden?
Na de eerste ontregeling werd duidelijk dat sommige gewoonten geen vaste wetten waren. Toch is weten dat het anders kan iets anders dan bereid zijn het anders te doen.
Het vertrouwde heeft namelijk een functie. Een vaste werkplek geeft structuur. Een volle agenda kan je het gevoel geven dat je meetelt. Zelf beslissingen nemen kan geruststellen wanneer je bang bent dat anderen iets over het hoofd zien.
Dat is niet verkeerd. Gewoonten besparen tijd en geven houvast. Maar wat gebeurt er wanneer je eraan blijft vasthouden, ook als ze je niet meer helpen?
Misschien ben je ervan overtuigd geraakt dat een goede werknemer altijd zichtbaar moet zijn. Dat een betrokken ouder zijn kinderen zo veel mogelijk moet bieden. Of dat je pas goed bezig bent als je agenda vol staat.
Onder zulke overtuigingen kan de behoefte aan waardering, controle of zekerheid liggen. Je wilt niet alleen een bepaalde manier van leven behouden; je wilt misschien ook vermijden dat anderen je minder betrokken vinden, dat iets mislukt of dat je de grip verliest.
Daarom kan een verandering onrust oproepen, zelfs wanneer je verstandelijk begrijpt dat ze mogelijk is. Je geeft niet zomaar een gewoonte op. Het voelt alsof je ook het gevoel van zekerheid moet opgeven dat die gewoonte je gaf.
“Soms houd je niet vast aan wat je doet, maar aan de zekerheid die het je lijkt te geven.”
De vraag is dan niet alleen kan het anders? Maar ook: wat denk ik kwijt te raken als ik het anders doe?
De ondernemer die niet overal meer bovenop hoefde te zitten
Stel je een ondernemer voor die jarenlang vrijwel alles zelf regelde. Hij kent zijn bedrijf door en door, houdt de planning nauwlettend in de gaten en wil bij belangrijke beslissingen betrokken zijn. Zijn medewerkers zijn eraan gewend eerst bij hem aan te kloppen.
Hij noemt dat verantwoordelijkheid nemen. En daarin heeft hij een punt: wanneer er iets misgaat, kan dat grote gevolgen hebben. Gaandeweg is bij hem een overtuiging gegroeid: als ik niet zelf de controle houd, loopt het mis.
Tijdens corona moeten medewerkers deels vanuit huis werken. Het overleg verloopt anders en niet iedere beslissing komt meer langs zijn bureau. Hij voelt de neiging steeds te bellen: loopt alles wel, is iedereen bezig, wordt er niets vergeten?
Maar dan merkt hij dat zijn medewerkers zelf oplossingen vinden. Problemen worden opgepakt zonder dat hij overal bij is. Het gaat niet altijd perfect, maar het bedrijf blijkt minder afhankelijk van zijn voortdurende aanwezigheid dan hij dacht.
Die ervaring kan behoorlijk confronterend zijn. Want als anderen zelfstandig kunnen handelen, wat betekent dat dan voor al die jaren waarin hij alles naar zich toe trok? Misschien gaf zijn controle hem rust, maar kregen zijn medewerkers daardoor minder ruimte om verantwoordelijkheid te nemen.
Zijn oude overtuiging verdwijnt niet zomaar. Ook later kan hij weer de drang voelen om zich overal mee te bemoeien. Het verschil is dat hij inmiddels iets heeft ervaren wat hij eerder nauwelijks geloofde: losser laten hoeft niet hetzelfde te zijn als alles laten versloffen.
💡 Waar noem jij iets verantwoordelijkheid, terwijl je misschien vooral moeite hebt om de controle uit handen te geven?
Wat de stilte liet zien over tijd en verbondenheid
Naast de veranderingen op het werk vielen tijdens de lockdowns veel afspraken weg. Verjaardagen, etentjes, sportactiviteiten en spontane bezoeken konden niet doorgaan. Voor sommigen ontstond een ongekende stilte. Voor anderen voelde diezelfde stilte vooral als gemis.
Misschien merkte je hoeveel een gewoon kopje koffie met een vriend voor je betekende. Niet als iets groots, maar juist omdat je er nooit over hoefde na te denken. Een ontmoeting die eerst vanzelfsprekend was, werd ineens iets waar je naar verlangde.
Tegelijkertijd waren er mensen die ontdekten hoeveel energie hun volle agenda kostte. Er hoefde even niets georganiseerd te worden. Een wandeling, rustig koken of een avond thuis kreeg meer ruimte.
Zo kon dezelfde ontregeling twee heel verschillende inzichten geven. De een zag dat contact belangrijker was dan hij eerder besefte. De ander merkte hoeveel verplichtingen hij vooral uit gewoonte nakwam.
Het gaat niet om de vraag of een lege of volle agenda beter is. Het gaat erom of je zelf nog voelt wat je belangrijk vindt, of dat je blijft meedoen omdat je denkt dat het zo hoort.
We kregen ons oude leven terug. En onze oude gewoonten?
Toen de beperkingen verdwenen, was de opluchting voor veel mensen groot. We konden elkaar weer ontmoeten, reizen en onze dagen vrijer inrichten.
Maar met het gewone leven kwamen ook oude patronen terug. Agenda’s liepen vol, vergaderingen werden weer ingepland en we hervatten gewoonten die we tijdens corona juist ter discussie hadden gesteld.
Misschien had je gemerkt dat een vrije avond je goeddeed, maar zeg je inmiddels weer ja tegen bijna iedere uitnodiging. Of je had ervaren dat bepaalde taken prima op afstand konden, terwijl je nu zonder nadenken terugvalt in het oude ritme.
Niet iedere terugkeer was een gemiste kans. Sommige mensen ontdekten juist hoe prettig ze het vonden om samen op kantoor te werken. Anderen hadden hun vaste activiteiten en sociale contacten enorm gemist. Ook dat waren redenen om het oude weer te verwelkomen.
Maar stel dat je tijdens de lockdowns eindelijk merkte hoeveel rust een lege avond je gaf. Waarom zit je agenda dan nu opnieuw vol? Omdat je die afspraken graag maakt? Of omdat nee zeggen je het gevoel geeft dat je iemand teleurstelt?
Dat is het verschil tussen een gewoonte die bij je past en een gewoonte waarmee je iets probeert te voorkomen. De omstandigheden dwongen je destijds anders te leven. Nu ligt de keuze weer vaker bij jou — en merk je misschien pas hoe lastig je het vindt om die ruimte daadwerkelijk te nemen.
“Dat iets weer kan, betekent niet dat je het opnieuw moet doen.”
💡 Welke gewoonte ben jij na de lockdowns weer gaan volgen, terwijl je destijds ontdekte dat het ook anders kon?
Wat kun je vandaag nog loslaten?
Je hoeft niet opnieuw een ingrijpende periode mee te maken om je aannames te onderzoeken. Kijk eens naar iets wat in je dagen een vaste plek heeft gekregen: een afspraak waar je steeds ja tegen zegt, een taak die je niet durft over te dragen of een ritme dat vooral wordt bepaald door wat anderen verwachten.
Vraag jezelf af waarom het nog steeds zo moet. Is er een praktische reden? Past het bij wat je belangrijk vindt? Of voelt het vooral veilig omdat je het altijd zo hebt gedaan?
Het helpt daarbij om de ervaring van toen niet als bewijs te gebruiken dat alles anders moet. Je hoeft je agenda niet leeg te maken of je werk opnieuw in te richten. Het kan voldoende zijn om één gewoonte niet langer als vanzelfsprekend te beschouwen.
Wil je meer lezen over die ruimte om mee te bewegen? Lees dan waarom verandering lichter kan worden wanneer je vertrouwde patronen losser laat.
Misschien ontdek je dat je niet vasthoudt aan een volle agenda, maar aan het gevoel erbij te horen. Of dat je liever alles zelf doet omdat je bang bent dat het anders misgaat. Zodra je ziet welke zekerheid of waardering je probeert te bewaren, kun je eerlijker kiezen hoe je daarmee om wilt gaan.
Dat betekent niet dat de onzekerheid direct verdwijnt. Je kunt iets spannend vinden en toch onderzoeken of een andere manier beter bij je past. Loslaten is hier geen opdracht om te veranderen, maar de ruimte om niet meer automatisch te herhalen wat ooit vanzelfsprekend werd.
En jij? Waar loop jij steeds opnieuw tegenaan?
Misschien begrijp je heel goed wat er speelt. Maar toch blijven dezelfde gedachten, gevoelens of patronen terugkomen.
Wat blijf jij vasthouden?
Conclusie: waarom doen we weer wat we altijd deden?
Tijdens de lockdowns ontdekten we dat sommige dingen anders konden. Niet omdat we daar zo moedig voor kozen, maar omdat de omstandigheden ons weinig keuze lieten. Toen die beperkingen verdwenen, keerden we soms terug naar precies de gewoonten waarvan we hadden ervaren dat ze niet noodzakelijk waren.
Daar zit de ongemakkelijke vraag. Wat houd je vandaag nog in stand, terwijl je inmiddels weet dat het anders kan? En wat ben je bang te verliezen als je die vertrouwde manier loslaat?
Misschien gaat het niet om je werkplek, je agenda of de manier waarop je alles organiseert. Misschien gaat het om de zekerheid, waardering of controle die je eraan bent gaan verbinden.
Je hoeft je oude leven niet af te wijzen. Wel kun je opnieuw kiezen wat daarin werkelijk bij je past. Want iets blijven doen omdat je het wilt, is iets anders dan het blijven doen omdat je niet durft te stoppen.
Wat jij vasthoudt, houdt jou ook vast.
Verder lezen: wat neem je mee uit een periode van verandering?
De coronaperiode bracht vertrouwde ideeën aan het wankelen. Deze drie blogs helpen je verder te kijken naar oude overtuigingen, de manier waarop je je tijd besteedt en de vraag of je leven nog past bij wie je nu bent.
- Mentale software: draai jij nog op oude overtuigingen?
Hoe herken je aangeleerde regels die je blijft volgen, zelfs wanneer je ervaringen inmiddels iets anders laten zien? - Tijd is je kostbaarste bezit: waaraan geef jij het uit?
Een minder volle agenda kan ruimte geven. Dit blog laat je onderzoeken waaraan je jouw tijd besteedt en of dat past bij wat je belangrijk vindt. - Je verandert, maar past je leven nog bij wie je bent?
Je kunt veranderen terwijl je leven nog wordt bepaald door keuzes van vroeger. Lees hoe je dat verschil eerder herkent.
Veelgestelde vragen over corona, lockdowns en beperkende aannames
Wat hebben de coronapandemie en de lockdowns ons geleerd over aannames? De coronaperiode liet zien dat sommige gewoonten en werkwijzen die noodzakelijk leken, in bepaalde situaties anders konden. Vooral de veranderingen in werken en contact houden lieten zien hoe sterk verwachtingen bepalen wat we mogelijk achten. Niet iedereen had daarbij dezelfde mogelijkheden of ervaringen.
Waarom bleek thuiswerken tijdens corona ineens wel mogelijk? Veel organisaties moesten hun werkzaamheden snel anders inrichten. Voor een deel van het werk bleek digitaal samenwerken mogelijk, terwijl andere beroepen fysieke aanwezigheid vereisten. De ervaring maakte zowel de kansen als de grenzen van thuiswerken zichtbaar.
Waarom vielen we na corona weer terug in oude gewoonten? Het vertrouwde biedt structuur en vraagt weinig bewuste aandacht. Toen de beperkingen verdwenen, was het logisch dat veel mensen terugkeerden naar hun oude ritme. De vraag is of dat een bewuste keuze was of vooral een automatische terugkeer.
Wat als ik de lockdowns vooral als een moeilijke periode heb ervaren? Dan hoef je er geen positieve levensles van te maken. Verlies, onzekerheid en eenzaamheid waren voor veel mensen ingrijpend. Je mag erkennen wat moeilijk was, ongeacht of je daarnaast iets over jezelf of je gewoonten hebt ontdekt.
Hoe kan ik vandaag beperkende aannames herkennen en loslaten? Let op gedachten als ‘Zo hoort het’ of ‘Dat kan nu eenmaal niet’. Onderzoek of het om een werkelijke beperking gaat of om een gewoonte waaraan je gehecht bent geraakt. Soms ontstaat er al ruimte wanneer je inziet dat je meer dan één mogelijkheid hebt.

