Een compliment lijkt iets eenvoudigs. Iemand ziet iets in jou wat hij waardeert en spreekt dat uit. Toch kan er in die paar seconden verrassend veel gebeuren. Je relativeert het, legt uit waarom het eigenlijk wel meeviel of geeft snel iets terug.
Ook bij het geven van een compliment kan er iets tussenkomen. Je ziet iets moois in de ander, maar twijfelt of je het moet zeggen. Misschien klinkt het te groot, te persoonlijk of ongemakkelijk. Voor je het weet blijft iets wat je werkelijk waardeerde onuitgesproken.
Juist daarin worden complimenten interessant. Niet omdat we ze beter moeten leren geven of ontvangen, maar omdat ze zichtbaar maken wat er gebeurt tussen iets opmerken, geraakt worden en reageren.
Drie vragen om even bij stil te staan
- Wat doe jij meestal wanneer iemand iets moois over jou zegt? → Merk op of je het ontvangt, relativeert, verklaart of onmiddellijk iets teruggeeft.
- Welke waardering voor iemand anders denk je regelmatig, maar spreek je zelden uit? → Soms zit er tussen werkelijk iets zien en het benoemen maar een kleine aarzeling.
- Wat maakt een compliment voor jou ongemakkelijk? → Misschien niet de woorden zelf, maar wat je hoofd er bijna onmiddellijk van maakt.
Wat gebeurt er in die paar seconden na een compliment?
Je hebt net een presentatie gegeven. Terwijl je je spullen bij elkaar pakt, blijft een collega nog even staan.
“Wat ik knap vond, is hoe rustig jij bleef toen er zoveel kritische vragen kwamen.”
Je voelt iets, misschien warmte of juist een lichte ongemakkelijkheid. Vrijwel meteen hoor je jezelf antwoorden:
“Nou, zo rustig voelde ik me anders niet.”
Je collega lacht en loopt weg.
Het lijkt een onbeduidend moment, maar er gebeurde meer dan alleen een vriendelijke opmerking. De ander benoemde wat hem was opgevallen. Jij hoorde zijn woorden, voelde iets en trok vrijwel onmiddellijk een conclusie: als ik me vanbinnen niet rustig voelde, kan zijn compliment blijkbaar niet helemaal kloppen.
Misschien werkt het bij jou anders. Je zegt: “Ach, viel wel mee.” Je vertelt hoeveel hulp je hebt gehad of geeft direct een compliment terug. Niet omdat je ondankbaar bent, maar omdat ontvangen soms net iets ongemakkelijker is dan we doorhebben.
Bij het geven kan precies zo’n beweging ontstaan. Je bent in gesprek met iemand die een moeilijke periode achter de rug heeft en merkt hoe open diegene inmiddels kan vertellen over wat er is gebeurd. Je denkt: wat bijzonder hoe zij daarmee omgaat. Vervolgens verschijnt bijna vanzelf een tweede gedachte: moet ik dat nou zeggen? Straks klinkt het zwaar of overdreven. En dus laat je het misschien voorbijgaan.
Zowel bij geven als bij ontvangen gebeurt daarmee iets vergelijkbaars. Eerst neem je iets waar of voel je iets, waarna je hoofd razendsnel betekenis toevoegt. Daaruit volgt je reactie: je spreekt iets wel of niet uit, je ontvangt het of relativeert het onmiddellijk.
Die reactie is niet verkeerd. Interessanter is dat je haar kunt gaan zien.
Wanneer wat de ander ziet niet past bij hoe jij jezelf kent
Het ene compliment ontvang je zonder moeite, terwijl een ander iets in je raakt.
Iemand zegt dat je een mooie jas draagt en je antwoordt gewoon: “Dank je.” Maar wanneer iemand zegt dat hij jouw moed bewondert, merk je misschien dat je onmiddellijk wilt uitleggen dat je helemaal niet zo moedig bent.
Jij weet immers hoeveel twijfel eraan voorafging. Misschien lag je de avond ervoor wakker of heb je weken getwijfeld voordat je die stap zette. Vanuit jouw binnenwereld voelde het helemaal niet moedig.
De ander zag iets anders. Hij zag dat je bang of onzeker was en tóch handelde. Daar kan het gaan schuren.
“Het ongemak bij een compliment ontstaat soms doordat wat de ander in jou ziet niet vanzelf past bij het beeld dat jij van jezelf hebt.”
Wanneer jij jezelf bijvoorbeeld al lange tijd als onzeker ziet, kan “ik vind jou moedig” vreemd aanvoelen. Niet noodzakelijk omdat het compliment onwaar is, maar omdat het niet gemakkelijk aansluit op het verhaal waarmee jij jezelf gewend bent te begrijpen.
In Een negatief zelfbeeld loslaten — als een oud verhaal niet langer hoeft te bepalen wie je bent lees je hoe zulke vertrouwde conclusies over jezelf ongemerkt kunnen bepalen wat je gelooft, probeert en zelfs welke waardering je bereid bent serieus te nemen.
Een compliment hoeft jouw bestaande zelfbeeld overigens niet te vervangen door een nieuw positief etiket. Als iemand zegt dat jij moedig bent, hoef je vanaf dat moment niet te besluiten: dus ik bén een moedig mens.
Misschien is een veel eenvoudigere reactie mogelijk: blijkbaar ziet deze persoon op dit moment iets in mij wat ik zelf minder vanzelfsprekend zie.
De ander hoeft niet automatisch gelijk te hebben, maar jouw vertrouwde beeld van jezelf hoeft ook niet het enige geldige perspectief te zijn. Soms ziet iemand een kant van jou waar je zelf weinig aandacht voor hebt. Alleen dat kan al interessant genoeg zijn om een compliment niet binnen twee seconden van tafel te vegen.
Wanneer waardering ongemerkt een verwachting wordt
Er kan nog iets anders gebeuren. Een compliment voelt prettig, maar je hoofd maakt er vrijwel meteen een opdracht van.
“Jij blijft altijd zo rustig.”
wordt dan:
Dus ik mag de volgende keer niet uitvallen.
Of iemand zegt:
“Jij bent degene op wie ik altijd kan bouwen.”
Terwijl de ander misschien alleen zijn waardering uitspreekt, hoor jij:
Dus ik moet er voortaan altijd zijn.
Dat laat zien hoe gemakkelijk we meer aan woorden toevoegen dan er werkelijk werd gezegd. De waardering gaat over iets wat iemand nu heeft waargenomen, terwijl jij er misschien een verwachting over morgen van maakt.
Juist dan helpt het om onderscheid te maken tussen het compliment en jouw conclusie erover. Je hoeft een positieve eigenschap niet te gaan bewaken omdat iemand haar een keer in jou heeft gezien. Anders verandert waardering ongemerkt in druk en wordt iets wat prettig bedoeld was iets waaraan je voortaan denkt te moeten voldoen.
Een oprecht compliment begint met aandacht
Bij complimenten geven denken we al snel aan de juiste woorden: wees concreet, maak het persoonlijk, meen het. Daar is niets mis mee, maar de interessantste beweging begint eerder.
Je hebt werkelijk iets gezien.
Misschien werk je al jaren met iemand die betrouwbaar is. Wanneer er iets misgaat, blijft zij rustig, doet ze wat ze belooft en is ze er vaak zonder veel ophef wanneer iemand hulp nodig heeft. Je waardeert dat aan haar, maar hebt het misschien nooit uitgesproken.
Tot haar laatste werkdag.
Dan zeg je ineens:
“Wat ik altijd zo in jou gewaardeerd heb, is dat mensen op je kunnen rekenen.”
Waarom zeggen we zulke dingen soms pas wanneer iemand vertrekt?
Waarschijnlijk niet omdat we ze daarvoor niet zagen. Juist omdat ze zo vertrouwd zijn geworden, spreken we ze gemakkelijk niet meer uit. En soms zit er ook iets kwetsbaars in het rechtstreeks benoemen van waardering. Je laat niet alleen zien wat je in de ander waarneemt, maar ook wat jou raakt en wat jij belangrijk vindt.
Een werkelijk compliment zegt daarom vaak meer dan alleen “goed gedaan.” Het laat merken dat iemand niet onopgemerkt is gebleven.
In Van onzichtbaar naar zichtbaar: voel je gehoord en gezien gaat het over onze behoefte om niet alleen aanwezig te zijn tussen andere mensen, maar ook werkelijk te worden opgemerkt en ervaren. Een oprecht compliment kan daar een kleine vorm van zijn: iemand heeft gekeken en spreekt uit wat hem niet is ontgaan.
Daarvoor hoef je iemand niet groter te maken dan hij is. Juist concreet benoemen wat jij hebt ervaren houdt waardering menselijk.
“Ik vond het prettig hoe je tijdens dat gesprek steeds even controleerde of iedereen nog mee was.”
zegt vaak meer dan:
“Jij bent echt fantastisch met mensen.”
Het eerste beschrijft iets wat je werkelijk zag. Het tweede maakt er al snel een groot oordeel van.
“Een compliment hoeft niet groot te zijn om binnen te komen.”
Wanneer geven ook iets terug probeert te krijgen
Soms geef je een oprecht compliment en merk je toch lichte teleurstelling wanneer er niets terugkomt.
Je zegt:
“Wat zie je er goed uit vandaag.”
De ander glimlacht en antwoordt:
“Dank je.”
Misschien gebeurt er vanbinnen heel even iets: je had ook wel iets terug mogen zeggen.
Dat maakt jouw compliment niet ineens onecht. Ook wanneer je iets oprecht waardeert, kan er tegelijk een verlangen zijn om zelf gezien te worden. Interessanter dan jezelf daarop te beoordelen, is merken wat er gebeurt wanneer die wederkerigheid uitblijft.
Was wat ik zei nog steeds waar toen er niets terugkwam?
Die vraag kan zichtbaar maken of je iets werkelijk wilde geven, of dat er ook een stille ruil in zat: ik zie jou, zie jij mij dan ook?
Dat hoeft niet zwaar te worden. We verlangen allemaal naar waardering en erkenning. Pas wanneer complimenten een belangrijke manier worden om geruststelling terug te krijgen, verandert hun functie. Dan geef je misschien niet alleen omdat je iets in iemand waardeert, maar ook omdat je hoopt de verbinding veilig te houden of zelf bevestigd te worden.
💡 Wat merk jij wanneer je iets oprechts geeft en de ander niets teruggeeft?
Ontvangen vraagt soms vooral dat je niet meteen ingrijpt
Terug naar het compliment na de presentatie.
“Ik bewonder hoe rustig jij daarmee omging.”
Normaal gesproken zou je misschien meteen reageren: zo rustig was ik helemaal niet. Je legt uit dat je goed voorbereid was of vertelt dat je vanbinnen juist behoorlijk gespannen was.
Maar stel dat je deze keer heel even wacht.
In die korte stilte merk je misschien dat het compliment iets met je doet. Je voelt warmte, ongemak of spanning. Misschien weet je helemaal niet goed wat je voelt. Ook dat is prima. Je lichaam laat merken dat er iets geraakt wordt, maar vertelt niet automatisch waarom.
Je hoeft daar op dat moment niets uit af te leiden. Precies daar ligt de ruimte tussen prikkel en reactie. Niet als groot filosofisch concept, maar in een paar seconden waarin je merkt dat je iets wilt relativeren en dat nog even niet doet.
Je kunt simpelweg zeggen:
“Dank je wel.”
Daarmee zeg je niet dat het compliment volledig klopt of dat jij jezelf voortaan precies zo ziet. Je laat alleen even binnenkomen wat de ander in jou waardeerde.
Dat kan vooral wennen wanneer je bescheidenheid hebt leren verbinden met jezelf snel uit beeld halen. Toch zijn bescheidenheid en waardering ontvangen geen tegenpolen.
Wanneer een collega zegt:
“Dat gesprek heb jij sterk geleid,”
kun je antwoorden:
“Dank je. Het hielp ook dat iedereen zo open meedeed.”
Daarmee erken je jouw aandeel én dat van anderen.
“Je hoeft jezelf niet groter te maken, maar ook niet onmiddellijk uit beeld te verdwijnen.”
Hetzelfde geldt wanneer je naar jezelf kijkt. Je hoeft geen lijst te maken van alles wat geweldig aan je is om eerlijk te erkennen: dat heb ik zorgvuldig aangepakt. Of: dat gesprek vond ik spannend en ik heb het toch gevoerd.
Dat is geen opscheppen. Het is simpelweg net zo eerlijk kijken naar wat goed ging als naar wat beter had gekund.
Wat er verloren kan gaan wanneer waardering niet binnenkomt
Misschien lijkt het onschuldig om een compliment meteen weg te wuiven. Toch gebeurt er soms meer dan je denkt.
Iemand heeft iets in jou opgemerkt, neemt de moeite om dat uit te spreken en probeert jou daarmee iets te geven. Wanneer jij onmiddellijk antwoordt met “ach, viel wel mee” of uitlegt waarom het eigenlijk niets voorstelde, relativeer je niet alleen jezelf. Zonder het te bedoelen kan ook iets van wat de ander jou wilde geven weer verdwijnen.
Dat betekent niet dat je ieder compliment dankbaar moet aannemen. Wel dat voortdurend afweren iets kan kosten in het contact.
De ander zegt als het ware:
Ik heb jou gezien.
En jij antwoordt:
Er was eigenlijk niets te zien.
Op dezelfde manier kan iets verloren gaan wanneer jij waardering wel voelt, maar haar telkens niet uitspreekt. Misschien uit voorzichtigheid, ongemak of omdat je denkt dat de ander het toch wel weet. Maar wat voor jou vanzelfsprekend lijkt, hoeft voor de ander helemaal niet vanzelfsprekend te zijn.
Daarmee raakt dit onderwerp aan iets groters dan complimenten alleen. Wanneer we onszelf beschermen tegen het ongemak van geven of ontvangen, kunnen we onbedoeld ook een stukje verbinding buiten de deur houden, simpelweg omdat we sneller reageren op ons eigen ongemak dan op wat er tussen twee mensen werkelijk gebeurt.
Niet ieder compliment hoeft binnen te komen
Ontvangen betekent overigens niet dat ieder compliment welkom moet zijn.
Een opmerking over je uiterlijk kan in de ene situatie prettig voelen en in een andere ongepast. Een compliment van iemand die je niet vertrouwt kan een andere lading hebben dan dezelfde woorden van iemand bij wie je je veilig voelt. En waardering kan soms ook strategisch of manipulatief worden ingezet.
De intentie van de ander bepaalt dus niet automatisch hoe jij iets moet ervaren.
Misschien zegt iemand:
“Jij bent zo sterk.”
terwijl jij juist moe bent van het beeld dat jij altijd alles aankunt. Het compliment kan oprecht bedoeld zijn en tegelijkertijd iets in jou raken wat helemaal niet prettig voelt.
Ook dan helpt het om eerst te onderscheiden wat er werkelijk gebeurt. De ander benoemt iets wat hij waardeert, terwijl jij merkt dat die woorden op een andere plek terechtkomen dan hij waarschijnlijk bedoelde. Dat hoeft niet onmiddellijk opgelost te worden.
Je mag waardering ontvangen wanneer die voor jou klopt, nuanceren wanneer dat nodig voelt en begrenzen wanneer een zogenaamd compliment over jouw grens gaat.
Het doel is niet om beter te worden in complimenten aannemen. Het gaat erom dat je bewuster merkt wat er met je gebeurt.
Waardering hoeft niets te bewijzen
Complimenten raken gemakkelijk aan een heel menselijke behoefte: we willen gezien en gewaardeerd worden. Het doet goed wanneer iemand benoemt dat jouw aanwezigheid, werk of manier van omgaan met anderen iets voor hem betekent.
Daar hoeft niets mis mee te zijn.
Het wordt zwaarder wanneer waardering moet gaan bewijzen dat je goed genoeg bent. Dan krijgt een compliment veel meer gewicht dan alleen die paar woorden. Het geeft tijdelijk geruststelling, terwijl het uitblijven ervan gemakkelijk als afwijzing gaat voelen.
Ook aan de kant van de gever kan iets vergelijkbaars gebeuren. Een compliment hoeft de ander niet zelfverzekerder te maken of iets in hem te repareren. Je hoeft niet te weten wat jouw woorden teweegbrengen voordat je iets oprechts mag uitspreken.
Je kunt simpelweg benoemen wat voor jou waar is:
Ik zag dit in jou.
Ik waardeerde wat je deed.
Dat raakte me.
Hoe de ander het ontvangt, is vervolgens niet volledig van jou.
Dat maakt waardering vrijer. Je hoeft waardering niet te gebruiken om iemand te veranderen, verbinding veilig te stellen of jezelf gerust te stellen. En wanneer iemand iets moois over jou zegt, hoeft dat evenmin het bewijs te leveren dat je goed genoeg bent.
Het mag gewoon waardering zijn.
Misschien raakt dit precies aan wat jij al langer meedraagt.
Niet omdat je het niet begrijpt.
Maar omdat het nog iets met je doet.
Wat je vasthoudt, werkt vaak langer door dan je denkt.
Loslaten begint met stilstaan bij wat er vanbinnen om aandacht vraagt.
Samen kijken wat jou vasthoudt →
Eerst rustig verder lezen? Lees wat loslaten echt betekent .
Conclusie: Soms is “dank je wel” genoeg
Aan het einde van een werkdag loop je samen met een collega naar buiten. Bij de deur zegt ze:
“Wat ik trouwens bijzonder aan jou vind, is hoe je mensen in een overleg ruimte geeft. Volgens mij heb je zelf niet eens door dat je dat doet.”
Je kent de automatische reactie misschien al. Je zou kunnen zeggen dat het wel meevalt, dat je zelf ook vaak genoeg iemand onderbreekt of dat zij eigenlijk veel beter kan luisteren. Dat kan allemaal waar zijn, maar niets daarvan hoeft nu gezegd te worden.
Je hoort wat zij in jou heeft gezien, merkt dat het iets met je doet en antwoordt:
“Dank je wel. Mooi dat je dat zegt.”
Daarna lopen jullie verder.
Je hoeft thuis niet te besluiten dat je blijkbaar een geweldig luisteraar bent. Het compliment hoeft jouw zelfbeeld niet te veranderen en je hoeft er geen eigenschap van te maken die je voortaan moet waarmaken. Je hebt de waardering alleen niet onmiddellijk afgewezen.
Misschien hebben geven en ontvangen uiteindelijk precies dat gemeen. Je ziet iets in een ander wat je raakt en durft dat uit te spreken, of iemand ziet iets in jou en je laat zijn woorden even bestaan voordat je hoofd ze verklaart, relativeert of terugstuurt.
💡 Welke waardering zou jij misschien vaker uitspreken als je niet eerst hoefde te bedenken hoe de ander erop reageert?
Complimenten hoeven niet groter te zijn dan ze zijn. Ze veranderen niet automatisch iemands zelfbeeld en maken een relatie niet vanzelf dieper. Soms zijn het eenvoudig een paar woorden waarmee je laat merken dat iets je is opgevallen en dat je het waardeert.
Juist daarin kan genoeg zitten.
Misschien past wat iemand in jou ziet niet meteen bij hoe jij naar jezelf kijkt. Misschien voelt het spannend om iets moois rechtstreeks tegen iemand te zeggen. Of misschien merk je pas bij het ontvangen hoe snel je waardering relativeert voordat ze werkelijk bij je binnen kan komen.
Je hoeft daar niet meteen iets aan te veranderen. Eerder zien wat er gebeurt, kan al iets openen.
Iemand spreekt iets oprechts uit en jij hoeft het niet onmiddellijk te geloven, te verklaren of terug te geven. Soms mag het gewoon even blijven staan.
“Dank je wel” kan genoeg zijn.
Wat jij vasthoudt, houdt jou ook vast.
Verder lezen over waardering, zelfbeeld en verbinding
Complimenten raken aan meer dan alleen iets aardigs zeggen of ontvangen. Ze kunnen iets zichtbaar maken over hoe je naar jezelf kijkt, hoeveel waarde je hecht aan de mening van anderen en wat er gebeurt wanneer je werkelijk contact maakt. In deze blogs lees je verder over goedkeuring, zelfacceptatie en verbinding.
- Goedkeuring zoeken: bij jezelf blijven als een ander iets van je vindt
Waardering van anderen mag prettig zijn. In dit blog lees je wat er verandert wanneer die waardering steeds meer gaat bepalen hoe jij naar jezelf kijkt, welke grenzen je stelt of welke keuzes je durft te maken. - Zelfacceptatie en innerlijke rust: wat er verandert als je stopt met jezelf afwijzen
Soms schuurt een compliment omdat het niet past bij hoe je gewend bent naar jezelf te kijken. Zelfacceptatie gaat een laag verder: kun je eerlijk zien wat er in jou aanwezig is zonder jezelf voortdurend te corrigeren of af te wijzen? - Van spanning naar verbinding: hoe positief communiceren begint bij loslaten
Complimenten zijn maar één klein onderdeel van contact. Dit blog laat zien wat er in gesprekken verandert wanneer je minder hoeft vast te houden aan gelijk, bevestiging of controle en meer ruimte maakt voor werkelijk luisteren en spreken.
Veelgestelde vragen over complimenten geven en ontvangen
Waarom vind ik het moeilijk om een compliment te ontvangen? Daar kan meer dan één reden voor zijn. Soms past wat de ander in jou ziet niet vanzelf bij jouw eigen zelfbeeld. Ook bescheidenheid, ongemak of de gedachte dat je voortaan aan het compliment moet voldoen kunnen meespelen. Je hoeft niet onmiddellijk te weten waarom je reageert zoals je reageert.
Hoe kan ik een compliment ontvangen zonder dat het ongemakkelijk wordt? Je hoeft het ongemak niet eerst weg te krijgen. Een eenvoudig “dank je wel” kan voldoende zijn, zonder dat je daarmee zegt dat het compliment volledig klopt of dat jij jezelf precies zo ziet. Je laat de waardering alleen even staan.
Hoe geef ik een oprecht compliment? Begin bij wat je daadwerkelijk hebt gezien, gehoord of ervaren. Een concrete opmerking als “ik vond het mooi hoe je haar liet uitpraten” maakt duidelijk wat jou werkelijk opviel en voelt daardoor vaak oprechter dan een groot oordeel over wie iemand is.
Moet ik ieder compliment geloven of aannemen? Nee. Een compliment is het perspectief van degene die het geeft, geen objectieve waarheid over jou. Je kunt waardering ontvangen zonder haar tot onderdeel van je identiteit te maken, en je mag ook aangeven wanneer een opmerking voor jou niet prettig of passend voelt.
Wanneer wordt waardering zoeken afhankelijkheid van goedkeuring? Waardering krijgen is menselijk en mag prettig voelen. Het wordt vooral belastend wanneer de reactie van anderen steeds meer bepaalt of jij jezelf goed genoeg vindt, welke keuzes je maakt of hoeveel ruimte je jezelf geeft. Dan gaat een compliment meer doen dan alleen waardering uitdrukken.


